Dr. Yara Basta is SEH-arts in het Flevoziekenhuis en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA). Als arts én bestuurder is ze actief in de media, waar ze haar medische kennis deelt en pleit voor meer betrokkenheid van artsen in het maatschappelijk en politiek debat. Voor haar mediaoptredens won ze de Vrouw in de Media award in Flevoland. Ik (Johanna) sprak Yara voor Dokters op Hakken over haar weg naar het voorzitterschap, haar rol in de media en hoe ze daarin als vrouw haar eigen pad bewandelt.
Biografie
- In 2005 ben ik gestart met mijn studie geneeskunde aan de UvA. Ik had geen plan B, ik heb me ook niet ingeschreven bij een andere universiteit. Ik heb veel geluk gehad dat ik in 1x ben ingeloot. Ik had bij de UvA een jaar wachttijd voor mijn co-schappen en ben in deze periode naar Egypte gegaan, ook om mijn roots te verkennen. Conclusie was dat ik echt heel Nederlands ben.
- In 2012 studeerde ik af aan de UvA en ben ik gestart met mijn promotieonderzoek.
- In 2016 ben ik gestart als ANIOS op de IC en daarna doorgestroomd naar de SEH. In 2017 ben ik gestart met mijn opleiding tot SEH-arts en heb ik mijn promotie afgerond. 2017 is ook het jaar dat ik ten huwelijk ben gevraagd, op 1 mei (de dag van de arbeid, omdat je altijd aan je huwelijk moet blijven werken, aldus mijn man).
- In 2018 zijn wij getrouwd en verhuisd naar Hilversum. Dit was een moeilijke stap voor mij als Amsterdammer, maar 1 waar ik achteraf geen spijt van heb gehad.
- In 2019 is onze eerste kind geboren, bijna precies een jaar later werd ik zwanger van ons tweede kind, ze schelen dan ook 1 jaar en 9 maanden.
- In 2020 was ik klaar als SEH-arts en ben ik begonnen met in het AMC als invaller voor een zwangerschapsverlof.
- in 2021 ben ik gestart in het bestuur van de NVSHA
- Daarna heb ik van 2021 tot 2022 in het Meander MC gewerkt.
- In 2022 ben ik gestart in het Flevoziekenhuis waar ik nog steeds met veel plezier werk.
- in december 2021 ben ik gestart als voorzitter van de NVSHA
Van schrijfster tot SEH-arts
Als kind droomde Yara Basta ervan om schrijfster te worden. Toch veranderde die droom aan het einde van de basisschool: ze wilde arts worden. De keuze voor SEH-arts volgde pas veel later. Tijdens de coschappen leek haar pad te leiden naar de chirurgie of kinderchirurgie, totdat ze een motivatiebrief wilde schrijven voor een anios-plek bij de chirurgie. “Ik heb twee dagen naar een blank scherm gestaard. Ik kon niet bedenken wat ik erin moest zetten.” Op dat moment nam ze het besluit. “De chirurgie is het blijkbaar niet. Maar wat dan wel?” Binnen een dag of twee had ze de switch gemaakt. De reden was helder: de chirurgie was steeds meer gesuperspecialiseerd geraakt. “Als ik iets aan mijn galblaas heb, wil ik zeker een gespecialiseerde galblaaschirurg, maar ik wil niet de gespecialiseerde galblaaschirurg zelf zijn.” De geneeskunde in de brede zin trok haar veel meer, met name de acute geneeskunde.
Toen Yara eenmaal wist dat ze verder wilde in de spoedeisende zorg, lukte het niet om daar direct terecht te kunnen. Ze solliciteerde voor een anios-plek in het Amsterdam UMC (toenmalig AMC), waar ze op dat moment promotieonderzoek deed. Omdat ze na haar coschappen direct was gestart met dat onderzoek, ontbrak het haar nog aan klinische ervaring. De SEH vond haar geschikt, maar wilde iemand die direct diensten kon draaien. Ze ging aan de slag als ANIOS op de IC van de VU, een enorm leerzame periode, en na drie maanden belde de SEH van het AMC al of ze toch eerder kon komen. Het rooster was echter al twee maanden vooruit gepland; eerder weggaan voelde niet goed. “Ik was een beetje verbaasd dat ze wilden wachten, maar eerder weggaan bij de IC vond ik niet kunnen.” Twee maanden later begon ze op de SEH en merkte direct dat ze op haar plek zat. Diezelfde zomer solliciteerde ze voor de opleiding en werd aangenomen. “Dat ging heel snel.” Toeval speelde ook een rol: een van de chirurgen in het AMC was destijds hoofd van de SEH. Ze zag hem bij de overdrachten, sprak hem aan over solliciteren voor een ANIOS plek, en zo begon het balletje te rollen.
Onderzoek in de oncologie
Haar promotieonderzoek stond volledig los van de spoedeisende hulp; ze had het bewust gekozen met het oog op een toekomst als chirurg. Het richtte zich op de GIOCA-poli in het AMC, het Gastro-Intestinaal Oncologiecentrum Amsterdam, die ze volgde vanaf het moment van oprichting. Ze onderzocht wat er nodig was om zo’n centrum op te zetten en welke effecten een gespecialiseerd, multidisciplinair overleg heeft op diagnostiek. “Effect op overleving hebben we niet kunnen aantonen; in de oncologie gaat alles zo snel. Als je prospectief met retrospectief vergelijkt, vergelijk je appels met peren: je weet niet of het verschil door het MDO veroorzaakt wordt, of door bijvoorbeeld een nieuwe behandeling.” Diagnoses veranderden wel regelmatig ten goede. Wat ze meeneemt uit deze periode is de organisatiekundige blik. “Dat is ook van belang op de spoedeisende hulp.”
De reanimatie die bijbleef
Als Yara wordt gevraagd naar het moment dat haar het meest is bijgebleven, hoeft ze niet lang na te denken. Tijdens haar AIOS-tijd in het AMC moesten SEH-artsen zich nog bewijzen, dat merkte je zodra je samen een patiënt opving. Eén moment bleef echt hangen: een traumatische reanimatie van een twaalfjarige jongen die zichzelf had opgehangen. Yara was teamleider. De chirurg aarzelde om de leiding te nemen; er waren geen grote inwendige bloedingen en het bleek een hypoxische reanimatie. Als AIOS leidde ze de reanimatie en besprak het protocol met het team. De jongen was groot voor zijn leeftijd, geschat boven de vijftig kilo, dus het volwassen protocol met bijbehorende doseringen was passend. “Alles viel zo op zijn plek.” De kinderintensivist die later binnenkwam, greep niet in. “Hij zei: het liep gewoon. En als je er tussendoor komt, verstoor je soms het proces.” De jongen overleefde het niet. “Als het goed loopt, kan ik het beter een plekje geven. Als het rommelig gaat en je denkt: hadden we meer moeten doen, dan blijft het knagen.” Voor haar was dit een bevestiging. “Het werd duidelijk dat je ook als SEH-arts, zeker tussen die supergespecialiseerde dokters in het AMC, echt je meerwaarde hebt, juist omdat je die verbindende factor kunt zijn.”
Het voorzitterschap
Voordat ze voorzitter werd van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp-Artsen, zat Yara al in het bestuur met de portefeuille ‘wetenschap’. Hoe ze daarin terechtkwam: iemand die ze kende van de opleiding vroeg haar of een bestuursfunctie niet iets voor haar was, een half jaar nadat ze SEH-arts was geworden. “Ik zei: ik ben net een half jaar klaar, ik wil gewoon eerst even werken.” Maar toen ze zag dat het de wetenschapsportefeuille betrof, dacht ze er anders over. Voor de wetenschap gaat haar hart altijd nog een beetje sneller kloppen. “Dat is dan misschien toch wel leuk.” Ze deed het, en groeide zo door naar de voorzittersfunctie.
Haar voorganger was David Baden, die veel in de media was geweest en voorzitter was op het moment dat SEH-artsen erkend werden als medisch specialist. Aanvankelijk vroeg ze zich af wat er voor een volgende voorzitter nog te doen zou zijn. “Wat moet ik dan nog doen? Maar eigenlijk is er nog genoeg te doen.” Velen zeiden dat ze grote schoenen moest vullen. Haar antwoord is altijd hetzelfde gebleven. “Ik ga niet zijn schoenen vullen. Ik ga mijn eigen pad bewandelen. Ik hoef niet net zo te zijn als iemand anders. Dan komen we uiteindelijk ook bij hetzelfde punt uit; die stip op de horizon. Maar dat hoeft niet in iemand anders schoenen. Dat kan ook gewoon in mijn eigen schoenen.”
Vertrouwen op jezelf
Aanvankelijk wilde ze de voorzittersfunctie niet. Ze besprak het met haar man en twijfelde hardop. “Maar dat kan ik toch helemaal niet?” Zijn vertrouwen in haar gaf uiteindelijk de doorslag. “Daarna dacht ik: nou, misschien toch maar wel.” Het raakt aan iets wat ze vaker ziet bij vrouwen: ze dragen zichzelf pas voor als ze zeker weten dat ze alle vinkjes hebben gezet. “Terwijl mannen meer zoiets hebben van: ik heb de helft van de vinkjes, ik kan het wel. Het is niet per se fout, maar het zorgt er wel voor dat je jezelf minder makkelijk ergens voordraagt, omdat het veel moeilijker is om al die vinkjes te halen.” Ze zag onlangs een t-shirt met de tekst ‘I hope you have the confidence of a mediocre white man.’ “Dat is het wel een beetje. Wij vrouwen leggen de lat voor onszelf heel erg hoog. En dat heeft voor- en nadelen.”
Of het dan toch op aanraden van haar man was? “Niet echt op aanraden. Meer dat hij gewoon zei: je kan het.” De voorzittersfunctie legt ook meer druk op het gezin, maar zijn steun maakt dat dragelijk. “Als ik veel avonden weg ben en vergaderingen heb, is hij er voor de kinderen en het huishouden.” Ze werkt nu tweeënhalve dag op de vloer. Soms vindt ze dat weinig, maar haar bestuurswerk is ook heel leuk. Minder op de vloer staan, puur om het thuis makkelijker te maken, dat zou ook niet kloppen. “Uiteindelijk moet je het doen waar je voldoening uit krijgt.”
Onregelmatig werken als luxe
De combinatie van werk en privé valt mee. Ze heeft een man die geen arts is en makkelijk thuis kan werken. “We hebben twee kinderen en het is heel fijn als hij ze kan ophalen of brengen.” Betrokken grootouders helpen ook enorm; zij vangen op wanneer de planning niet klopt. Met de bestuursfunctie staat ze minder op de vloer, wat haar net wat meer flexibiliteit geeft: ze kan op kantoordagen de kinderen gewoon naar school brengen, en ’s middags kunnen ze naar de grootouders zodat ze de hele dag kan werken. Ze heeft een klein contract en daarom, gezien de onregelmatigheid van een 24/7 rooster, maar 1 of 2 dagdiensten per maand; vroeg opstaan is gewoon niet haar ding. De avonddiensten geven haar juist vrijheid. “Dan kun je twee werkdagen in één doen. Maar ook sporten, of afspreken met vrienden die een parttime dag hebben. Het geeft me juist heel veel flexibiliteit om zo onregelmatig te werken.”
Diversiteit
Als vrouw heeft ze in haar werk nooit heel veel problemen ervaren, al merkt ze het soms wel op de vloer. Komt ze samen met een lange mannelijke co-assistent binnen, dan wordt al snel gedacht dat hij de arts is. In de bestuurswereld merkt ze dat minder. "Maar misschien ben ik er ook gewoon blind voor," zegt ze. Ze hoort van collega's wel dat die het soms anders hebben meegemaakt. Wat ze wél merkte, heeft meer te maken met haar achtergrond, haar vader is Egyptisch, haar moeder is Nederlands.Ze is heel Nederlands opgegroeid, maar op sommige momenten voelt ze zich toch een klein beetje allochtoon. Tijdens coschappen kinderchirurgie bleek dat een deel van de chirurgen PVV had gestemd; dan ze ging maar over op een ander onderwerp. “Ze bespraken het niet op een negatieve manier tegenover mij. En ze hadden waarschijnlijk niet door dat het iets met mij deed.” Een andere keer was er een delirante man op de IC die vroeg of ze haar handen wel mocht desinfecteren met alcohol, omdat hij dacht dat ze moslim was. “Wat nergens op slaat. En ik ben ook geen moslim, maar ik snap wel dat hij die link legde, een blanke bejaarde man die ook knetter delirant was.” Patiënten vragen soms waar ze vandaan komt. Ze zegt dan: Nederland, of Amsterdam, want daar komt ze ook vandaan. En dan ziet ze hen kijken. “Dat is niet wat ze bedoelen. Maar ik ervaar het niet als vervelend, meer als onhandig getoonde interesse.”
Rol in de media
Haar mediaoptredens zijn organisch gegroeid vanuit haar rol als bestuurder. Ze nam het vuurwerkdossier over van haar voorganger; het eerste grote event was Oud & Nieuw, en daarna volgden steeds meer verzoeken rond veiligheidsonderwerpen. “Fietshelmen, alcohol en vuurwerk: dat zijn de drie dingen waar ik veel over gesproken heb.” Het eerste grote optreden was meteen het NOS-journaal van acht uur. “Ik dacht: moet ik dat wel echt doen?” Ze deed het toch, en leerde ervan. “Als ik me niet te veel focus op de camera, dan gaat het goed. Het wordt beter.” Ze treedt altijd op vanuit het ziekenhuis, in haar witte jas. “Mijn huis ontploft altijd met kinderspeelgoed, dus dat is geen professionele omgeving. Maar als je die witte jas aandoet, ben je ook niet meer de moeder of de vrouw van. Ik ben dan arts. Dat doet altijd iets.” Kritiek heeft ze niet gekregen. Haar lobbyist heeft een woord bedacht voor haar stijl: een Yara-ism. “Ik haal soms spreekwoorden door elkaar. Ik heb tegen een NOS-interviewer gezegd dat je niet ‘katje-lam’ de fiets op moet. Hij vond het heel grappig.” Ze won een Vrouw in de Media award in Flevoland voor haar optredens.
Het opgeheven vingertje
Over de bredere rol van artsen in de media is ze kritisch. “Wat je vaak ziet, is dat artsen in de media het opgeheven vingertje hanteren. Draag een helm, niet te veel alcohol drinken, voorzichtig met het vuurwerk want anders blaas je je hand eraf. Het is lastig om daaruit te stappen en gewoon ons verhaal als arts te vertellen.” Bovendien is het per definitie reactief: er is iets gebeurd, en dan zoekt de media een arts erbij, in plaats van dat artsen zelf het initiatief nemen. Ze ziet ook de keerzijde van zichtbaarheid. “Kijk maar hoe de onveilige cultuur op de IC van Diederik Gommers nu extra breed wordt uitgemeten, omdat iedereen hem kent van de coronatijd. Het kan terugkomen om je te bijten.” Ze realiseert zich ook wat haar eigen publieke rol meebrengt. “Ik kan ook niet meer met een wijntje op de fiets stappen. Aan de ene kant is dat goed, maar aan de andere kant zijn wij ook mensen en maken wij ook fouten. Daar is soms weinig ruimte voor.”
Politiek
Vanuit haar voorzittersfunctie is ze intensief bezig met lobbyen in de Tweede Kamer, waardoor de politiek veel dichterbij is gekomen. “Ik heb partijprogramma’s doorgelezen. Ik ben er veel meer mee bezig dan tien jaar geleden, en ik heb er meer een mening over.” Soms is het lastig, zoals toen ze moest samenwerken met partijen waarbij we over sommige onderwerpen van mening verschillen en op sommige onderwerpen elkaar nodig hebben. “Wij hebben overeenkomstige standpunten, niet veel, maar wel een paar als het gaat om zorg: namelijk het openhouden van de regionale ziekenhuizen. Dus daarvoor moet je toch samenwerken. Dat is soms moeilijk. Maar ik denk dat het belangrijker is dat de regionale ziekenhuizen openblijven dan dat mijn persoonlijke politieke standpunten worden gehoord.”
Vaker ja zeggen
Over de rol van vrouwen in de media is ze uitgesproken: vrouwen zeggen minder snel ja op een mediavraag. “En het is heel belangrijk om wél ja te zeggen. Want als je ja zegt, weten ze ook dat je een volgende keer misschien ook wel ja zegt. Hoe vaker je ja zegt, hoe vaker ze je vragen.” Ze pleit ook voor een professionele aanwezigheid op sociale media, dat vergroot de kans dat je voor je expertise wordt gevraagd, in plaats van alleen reactief. Want wat ze ziet: er zijn meer vrouwelijke artsen dan mannelijke, maar in de media overheerst nog steeds het oude beeld van ‘de’ arts. “De standaard arts is niet meer een blanke man van vijftig met een brilletje op. De standaard arts bestaat eigenlijk niet meer. Het is heel divers. En dat is juist goed.” Om dat beeld te veranderen, moet je het ook laten zien. “Dat is hoe je het verandert.” En vrouwen moeten elkaar daarin meer helpen. “Elkaar stimuleren: “Jij kan dit. Wat jij weet is genoeg, meer dan genoeg! Doe het nou gewoon. Zeg ja.” ”
Ambities voor de toekomst
Voor de toekomst heeft ze meerdere lijnen lopen. Ze is bezig onderzoek op te zetten met een collega. In de ideale wereld staat ze drie dagen op de vloer, besteedt ze één dag aan wetenschap, en mengt ze zich in een lokale of landelijke bestuursfunctie. “Maar dat heb ik nog niet heel erg duidelijk vormgegeven. Eerst maar eens kijken hoe dit afloopt.”
Binnen het voorzitterschap is er ondertussen veel gaande. De vereniging is net aangesloten bij de Federatie Medisch Specialisten en zoekt daarbinnen haar positie. Ze wil meer SEH-artsen in relevante FMS-commissies, zoals die over acute zorg en AI. “Dat lukt wel aardig, maar dat kan nog beter.” Dan zijn er de opleidingsplekken: het capaciteitsorgaan had de vereniging 61 plekken toegewezen, maar VWS lijkt naar vijftig te willen gaan. “Dat is nog steeds acht meer dan we hadden. Maar zestig was fijner dan vijftig.” Na lang overleg is VWS-akkoord gegaan met 61 opleidingsplekken. En dan is er de NEED, de Netherlands Emergency Department Evaluation Database: de kwaliteitsregistratie voor SEH-zorg, opgezet door SEH-artsen en inmiddels gesteund door andere wetenschappelijke verenigingen. “Het is de enige kwaliteitsregistratie voor patiënten op de SEH die naar het hele proces kijkt en naar alle patiënten. De cardiologie kijkt alleen naar pijn op de borst, de kindergeneeskunde naar de kindpatiënten. Wij kijken naar al die patiënten en naar wat voorspellende factoren zijn voor een slechte of goede uitkomst.” 23 ziekenhuizen met 29 SEHs zijn al aangesloten; alles gaat digitaal via een koppeling in het EPD. HiX heeft die koppeling al gemaakt. Maar de Wet kwaliteitsregistraties heeft een knelpunt gebracht: een commissie gaf een negatief advies, omdat de NEED niet aandoeningsspecifiek is. “Wat natuurlijk niet kan met een SEH-kwaliteitsregistratie en dat willen we ook juist niet. We zijn nu aan het bekijken hoe we kunnen aantonen dat aandoeningsgerichtheid geen goed criterium is voor een integrale kwaliteitsregistratie. Ik vind het belangrijk dat die database blijft bestaan. Dat is nog een klein zorgenkindje.”
Een mentor die niet de oplossing geeft
Als rolmodel noemt ze een van de SEH-artsen in het AMC, met wie ze altijd veel heeft gepraat en op wie ze altijd heeft kunnen terugvallen. Hij was ook degene die haar aanraadde om vroeg te solliciteren voor de opleiding, zelfs toen ze twijfelde vanwege haar beperkte klinische ervaring. Ze bespreekt nog steeds dingen met hem. “Hij kan heel goed luisteren en terugspiegelen, zonder dat hij de oplossing geeft. Dat is een skill die niet iedereen heeft. Hij laat mij zelf altijd de oplossing bedenken, maar helpt het te ordenen.”
Tips voor jonge dokters
Yara’s tips voor jonge dokters zijn concreet. “Stel vragen. Ga in gesprek: met je begeleidende artsen, met arts-assistenten, maar ook met de medisch specialisten van het vakgebied dat jou aanspreekt. Uit zulke gesprekken kunnen mooie dingen komen.” Haar eigen promotieonderzoek vloeide precies zo voort, door telkens opnieuw het gesprek te zoeken met een chirurg. “Praten helpt. Het toont interesse en laat zien wat je zelf in huis hebt, op een manier die werkt.” En: zeg ja, ook als je niet alle vinkjes hebt. “Iemand vraagt je niet zonder reden. Ze hebben iets in jou gezien wat je zelf nog niet ziet, of ze hebben precies jouw kennis nodig, los van de vinkjes die in je hoofd zitten.”
Favoriete Hakken
De suède groene pumps zijn mijn favoriete hakken om meerdere redenen. Ik heb ze aangehad tijdens mijn promotie en mijn bruiloft; twee grote mijlpalen in mijn leven. Daarnaast is groen mijn lievelingskleur en zitten ze erg lekker!
Reactie schrijven