Manon Kerkhof

Manons reis naar haar huidige positie binnen de medische wereld is er een vol verrassende wendingen, lef en het volgen van haar hart. Van een puber die pas laat ontdekte dat ze dokter wilde worden, tot het opzetten van haar eigen kliniek Curillion en het schrijven van een bestseller: Haar verhaal is een inspiratie voor iedereen die keuzes moet maken in het leven. Hoe combineert Manon al haar ambities, haar werk en een druk gezinsleven? Wat drijft haar en wat wil ze de toekomstige generaties dokters meegeven?

Ik (Fenna) spreek haar over haar carrière, uitdagingen en inspiraties. 

2000               Artsexamen Universiteit Utrecht
2000               Huisartsenpraktijk Oosterend en Den Burg, Texel
2000-2008      VUmc en Kennemer Gasthuis opleiding gynaecoloog en uro-gynaecoloog
2008-2013       Staflid Kennemer Gasthuis (huidige Spaarne Gasthuis), Haarlem
2013-2015        Consultant urogynaecologie Isala klinieken Zwolle
2015-2017        Consultant urogynaecologie Radboud UMC

2017                Oprichting Stichting Curilion Klinieken, vrouwenkliniek Haarlem
2017- heden     Consultant urogynaecologie Amphia Ziekenhuis, Breda

 

2014                Promotie Pelvic organ prolaps, ‘matrix cells and genes’
2015-2017         Radboud institute of moleculair Life sciences onderzoeker

 

Huidige functie: Directeur-bestuurder en Uro-gynaecoloog bij Curilion, expertisecentrum voor vrouwenzorg Haarlem
Nevenfuncties: 

Medische Adviesraad, patiëntenvereniging stichting BB4all
Auteur: ‘Ook leuke meisjes worden vijftig’
Theatercolleges: Kerkhof & Kerkhof en levendige avond over de overgang
Spreker en dagvoorzitter


Een onverwachte weg naar de geneeskunde

Manon komt niet uit een doktersfamilie en wist pas in de laatste jaren van haar VWO dat ze geneeskunde wilde studeren. Ze koos voor een alfa vakkenpakket. Toen ze zelf ziek werd – waar ze ook weer van is genezen – wist ze dat ze voor de geneeskunde moest gaan. “Het heeft lang geduurd voor er een juiste diagnose was.” Dit inspireerde Manon: “Wat gaaf als je een puzzel kan leggen voor mensen en écht iets kan betekenen.” Omdat ze de exacte vakken miste, haalde ze na haar VWO in een jaar tijd natuur- en scheikunde en werd ze ingeloot voor geneeskunde in Utrecht. “Ik heb geen seconde spijt gehad. Dit is echt het mooiste vak ter wereld. Niet zozeer om levens te redden, maar omdat je elke dag iets kunt bijdragen aan het levensgeluk en de positieve gezondheid van mensen. Hoe klein ook.”

Een hart voor gynaecologie

Tijdens de coschappen – waar ze toentertijd nog met drie coassistenten 7x24 uur moesten bezetten – verloor Manon haar hart aan de gynaecologie. “Dit vak heeft alles: het acute, het beschouwende en het chirurgische. Je kunt de diagnose stellen en het zelf oplossen, zo nodig operatief, waardoor je een patiënt niet hoeft over te dragen.” Na acht weken had ze zoveel ervaring opgedaan dat ze zelfstandig bevallingen mocht begeleiden. “Gynaecologie vond ik echt het allerleukste!”

 

Het coschap gynaecologie sloot Manon af met een officieel certificaat verloskunde. Ze kreeg al in haar coschappen een opleidingsplek aangeboden tot gynaecoloog inclusief promotieonderzoek. “Na lang nadenken heb ik het aanbod afgeslagen. Het onderwerp van de promotie, ‘elektronenmicroscopisch onderzoek naar de veroudering van eierstokken’ , trok me onvoldoende om me daar vier jaar in vast te bijten. Ik wilde dokter worden! Nu zou ik het interessant vinden, maar toen was het een te langdurige commitment voor een onderwerp dat te ver van mij afstond. Ik had toen overigens niet het besef wat een prachtig aanbod men mij deed.”

Van gynaecologie naar eilanddokter en weer terug

Manon zat in haar middelbareschooltijd in de Nederlandse selectie wildwaterkajakken. Oefenen in Spanje of Frankrijk was niet altijd haalbaar, dus vond ze een alternatief: Texel. “De branding in Nederland komt aardig in de buurt van wildwater, daar kan je met je bootje stoeien. Ik ben dan ook veel in de weekenden op Texel geweest. Het had en heeft nog steeds mijn hart.”

Toen de mogelijkheid van een coschap huisartsgeneeskunde inclusief verloskunde op Texel langskwam, pakte Manon haar kans om het nuttige te combineren met het aangename. Daarbij paste een eiland haar ook veel beter dan een stadspraktijk. Toen een van de huisartsen op Texel uitviel, vroegen ze Manon om, eenmaal met het basisartsendiploma op zak, spreekuren te draaien in dienst van de huisarts. “Ze zeiden daarna: misschien moet je eilanddokter worden! Dichtbij de patiënt, zorg op maat in context van de patiënt, een eigen toegewijd team in een eigen praktijk, met een chirurgisch spreekuur, verloskunde. Dat was een prachtige kans!” Zo besloot ze te solliciteren voor de huisartsenopleiding; met succes. Maar voordat ze de opleiding kon starten, had ze nog een halfjaar te overbruggen dat zij vulde met een ANIOS plek gynaecologie. Het bleek een koersverleggend half jaar te worden. “Zo’n plek is een heel leuk, want dan werk je onder supervisie van een gynaecoloog en leer je het vak echt kennen. En als het vak je wat lijkt , kun je solliciteren op een opleidingsplek.” In het Spaarne Gasthuis – toen nog het Kennemer gasthuis – werd Manon als ANIOS-gynaecologie aangenomen. Ondertussen was ze ook net zwanger.

 

 

Vanuit die ANIOS-positie werd ze ook uitgenodigd om mee te solliciteren voor de opleiding tot gynaecoloog, waar ze volmondig ja tegen zei. “Ze vroegen of ik niet liever huisarts wilde worden. Maar ik wilde gynaecoloog zijn, zonder de verplichting eerst te promoveren. Ik was dokter geworden om te dokteren. Anders had ik ten tijde van de propedeuse, wat in Utrecht toen zeventig procent gemeenschappelijk was met de medische biologie, wel de switch naar onderzoek gemaakt.” Zodoende droeg de opleider Manon voor als gynaecoloog in opleiding. “Dus daar zat ik met mijn dikke toeter bij de commissie van de VU in Amsterdam.” Ze werd toegelaten tot de opleiding, waarop ze haar opleidingsplek bij de huisartsgeneeskunde af zei. 

Zwanger en in opleiding tot gynaecoloog

Na haar toelating tot de opleiding gynaecologie vroeg Manon zich af: Wat heb ik gedaan? Waar parttime werken bij de huisartsenopleiding mogelijk was, gold dat niet voor de opleidingen tot medisch specialist. Zo was de standaard, zoals beschreven in de statuten, een 48-uurs contract, met daar bovenop diensten. “Ik dacht echt: hoe gaat dat met het kind? En hoe moet ik dan borstvoeding geven?”

Met lood in haar schoenen zei ze tegen haar opleider: “Ik ga de opleiding doen, maar wel parttime.” Omdat in de statuten stond dat het niet mogelijk was, leek dit een onbegonnen zaak. Toch hield Manon voet bij stuk: “Die statuten zijn in strijd met het wettelijk recht op ouderschapsverlof en daar wil ik graag gebruik van maken. Ik draai gewoon wel 100% dienst, mijn collega’s hoeven geen last van me te hebben, maar ik wil wel één dag in de twee weken bij mijn kleintje zijn.” Prof. van Gijn – volgens Manon de meest vooruitstrevende opleider ooit – moest even een time-out nemen bij de koffiemachine. Maar toen hij terugkwam en eerst blijk gaf van zijn verbazing en bewondering, stelde hij Manon een contract voor waarin het ouderschapsverlof was opgenomen. Ze werd daarmee de eerste die de opleiding parttime volgde. “Ik ben daar heel trots op, want daarna kon iedereen de opleiding parttime doen. Ik ben nog steeds heel blij dat ik toen dicht bij mezelf ben gebleven en dankbaar dat het werd gehonoreerd!”

Manons motto – volg je hart – bewees zich opnieuw toen ze in de toelatingscommissie een bekende tegenkwam: de opleider uit haar coschappen die haar eerder een promotietraject met opleidingsplek had aangeboden. Ze dacht tien-nul achter te staan, maar ze legde hem uit waarom ze hier weer stond: “U ziet mij hier weer, omdat ik nu een kans krijg zonder te promoveren op een onderwerp dat me niet past. Ik wil echt heel graag gynaecoloog worden en wie weet promoveer ik nog eens op een onderwerp dat mij fascineert”. Hij gaf aan blij te zijn Manon hier weer te zien. Manons les? “Als je een weloverwogen ‘nee’ geeft met een goede argumentatie, wordt het niet tegen je gebruikt. Het is belangrijk te weten vanuit welke principes en waarden je leeft en dat je keuzes maakt waarin die centraal staan, zodat hetgeen je kiest ook echt bij je past.”

 

 

De eerste dag van de opleiding was meteen haar eerste dag van het zwangerschapsverlof. “Zelf bevallen terwijl je gynaecoloog wordt, was bijzonder en leerzaam.” Een ouderschapsverlof van tien weken volgde, waarin ze even moest omschakelen naar alleen maar voor de baby zorgen, in plaats van werken en bezig zijn. Na die tien weken moesten de nacht- en avonddiensten weer gedraaid worden. “Eerlijk is eerlijk, ik heb het er echt moeilijk mee gehad dat je zoveel uur in het ziekenhuis doorbrengt en best wel veel van thuis mist. Ik heb een enorme mazzel gehad met een flexibele man die thuiswerkt. Daardoor had ik niet het idee dat ik bij onze kinderen tekort schoot, maar ik heb het zelf wel gemist. Het was ook fijn dat mijn schoonmoeder dicht in de buurt woonde en we nog een extra oppasmoeder hadden. Hierdoor hadden we nooit stress met halen en brengen en was het werk goed te combineren met de kinderen. Ik prijs me erg gelukkig dat we het thuis goed geregeld hadden.”

Na de opleiding

 

Tijdens haar opleidingstijd heeft Manon zich al kunnen differentiëren tot uro-gynaecoloog. Daarbij heeft ze ook de kans gekregen om een bekkenbodemcentrum op te zetten in het Kennemer Gasthuis. Na de opleiding heeft Manon hier nog vijf jaar gewerkt en schreef ze een plan om het bekkenbodemcentrum uit te breiden. Door de fusie met het Spaarne Ziekenhuis kwamen er verschillende belangen kijken, waardoor het plan niet werd gerealiseerd. “Ik kwam in conflict met mijn eigen principes en mijn eigen waarden. Ik concludeerde dat de plek in het ziekenhuis niet meer paste bij hoe ik in het leven sta, wie ik ben, wat ik doe en hoe ik de zorg wil leveren.” Ze stond voor een keuze: zich conformeren of zichzelf geweld aan doen. Ze koos voor zichzelf: “Ik heb mijn baan opgezegd. Zonder een andere baan te hebben.”

Promotieonderzoek

In 2008 was ze ondertussen naast haar werk een promotieonderzoek gestart bij de VU, op de afdeling orthopedie – een heel ander vakgebied. Tijdens een symposium over tissue engineering met een voordracht over regeneratie van bot werd ze gegrepen door stamcelonderzoek. “Als reconstructief bekkenchirurg liep ik aan tegen kapot bindweefsel. Als je bot kan regenereren, kan dat dan ook met bindweefsel?” Haar onderzoeksvoorstel leverde een mooie subsidie op, waarna ze een onderzoeker aanstelde en zelf ook in het lab ging werken. Zo promoveerde Manon uiteindelijk toch, maar nu op een onderwerp dat haar wel interesseerde, en nog in de basale wetenschappen ook. Na haar proefschrift: Pelvic Organ Prolapse: matrix, cells and genes, en het opzeggen van haar baan in het Kennemer Gasthuis, is ze naar eigen zeggen tijdelijk een rondreizend circus geweest. Zij heeft twee jaar in het Zwolse Isala gewerkt totdat daar een nieuwe uro-gynaecoloog was opgeleid en is twee jaar als uro-gynaecoloog werkzaam geweest in het Radboud UMC waar zij ook haar onderzoek heeft ondergebracht. “In 2017 startte ik als urogynaecologisch consultant in het Amphia ziekenhuis in Breda en stofte ik het plan dat ik ooit voor het Kennemer Gasthuis heb gemaakt nog eens af. De wens om optimale vrouwenzorg te organiseren bestond nog steeds!”

 

 

Haar eigen kliniek

“Ooit wilde ik zelf huisarts worden, omdat ik de patient in context van zijn of haar leven belangrijk vind. Ik hou ook van actie, dynamiek en multidisciplinair samenwerken. Dus waarom niet een kleinere setting waar vrouwen integrale zorg krijgen? Ik dacht, ik doe het gewoon. Beter schitterend ten onder dan nooit geprobeerd.” Manon is toen in haar eentje in een spreekkamer bij de huisarts in de praktijk begonnen. Ze startte met alleen een gynaecologische stoel en een nieuw echoapparaat, maar op papier had Manon een ziekenhuis ingericht: je moet immers wel aan alle eisen voldoen. “Ik was in mijn eentje een instelling. Ik was dokter, ICT-er, HR-manager en facilitair medewerker tegelijkertijd – heel grappig en heel leerzaam. Een enorme ontdekkingsreis: bloed, zweet en tranen en super cool!” Vlak voor corona groeide dat ene spreekkamertje uit tot een eigen locatie met 4 spreekkamers en een compleet team: vrouwenkliniek Curilion. De pandemie bracht veel stress, maar Manon bleef vertrouwen houden. “Nu staat er een mooi team en proberen we samenwerkingen te zoeken met ziekenhuizen en instellingen om ons heen. Als dat lukt, krijg ik daar veel energie van. Het is niet altijd makkelijk, maar dan ben ik ook zo nuchter om te denken: ik ben gynaecoloog, manager, zorgondernemer, directeur bestuurder – dit hoort ook allemaal bij mijn werk. Ik ben echt heel trots op wat we neer hebben gezet en op de zorg die we leveren.”

Naast haar kliniek werkt Manon nog in het Amphia ziekenhuis, waar ze als consulent uro-gynaecologie af en toe nog mag ‘klussen’. 

Een boek en het theater in

Uit Manons acties, waaronder het opzetten van een vrouwenzorgkliniek, blijkt haar passie voor het leveren van goede zorg op de juiste plek. “We hebben nu eenmaal mensen met en zonder eierstokken en in de zorg moeten we gendersensitief zijn. Het vrouwenlichaam is gewoon anders dan dat van de man; dat moet erkend worden. Daar moeten we de zorg op aanpassen. Daarnaast moeten we erkennen dat vrouwspecifieke aandoeningen effect hebben op het functioneren thuis en op het werk.”

Toen Manon deze stellingen als keynote speaker op een congres presenteerde, kreeg ze de tip om dit op papier te zetten. “Ik dacht zelf: dit is toch helemaal niet zo bijzonder? En jeetje wanneer dan? Ik ben zo druk.” Door corona viel het spreekuur stil: de perfecte tijd om te schrijven. Samen met Maaike de Vries schreef ze binnen vier maanden een bestseller over de overgang. “En met héél erg veel plezier! Het is heel anders dan wetenschappelijk schrijven. Ik had nooit bedacht dat dit een bestseller zou worden. Het bestverkochte overgangsboek! Het doel was vrouwen informeren. En dat is gelukt.”

 

 

Toen het boek eenmaal in de boekhandels lag, kreeg Manon van een boekhandelaar de vraag of ze, samen met een andere gynaecoloog, een lezing zou willen verzorgen. Ze kenden elkaar nog niet, maar toch besloten ze ervoor te gaan. Ze maakten kort kennis en kwamen erachter eenzelfde betovergrootvader te delen. Er was direct een klik en Mieke en Manon verruilden de spreekkamer tijdelijk voor het theater in Rosmalen. Zo stonden ze in een zaal voor 350 vrouwen, die binnen één week uitverkocht was. Zonder repetitie trokken de dames hun rode outfit aan en gingen ze het podium op. Mieke brengt anekdotes uit de spreekkamer van de gynaecoloog en Manon vertelt over de overgang, over hormonen maar ook hoe je moet poepen en plassen. “Het is heel leuk om te doen, geeft heel veel energie en draagt bij aan het doel: het versterken van vrouwen en het informeren van mensen.” Hierna groeide het succes en toerden de vrouwen door een groot deel van Nederland: “Dat was echt heel bijzonder. We stonden op een gegeven moment naast de bekende Dolf Jansen geprogrammeerd, maar Dolf kreeg de kleine zaal en ‘die twee onbekende gynaecologen’ vulden de grote zaal met 900 vrouwen.” Manon genoot enorm, maar trok een grens: “Ik heb gezegd dat we dit 25 keer doen, want naast het werk is dit wel pittig. Je krijgt er in het weekend een artiestenbestaan bij. Maar het is ook wel weer superleuk, want dan zit je in een kleedkamer waar de dag ervoor bijvoorbeeld Jochem Myjer in dezelfde spiegel heeft gekeken. Een andere wereld!”

Inspiratiebronnen en trots

Manon vindt het erg belangrijk om af en toe een momentje te pakken om even in te zoomen op zichzelf: klopt het wat ze aan het doen is? Dit heeft ze uit het boek 7 habits of highly effective people. “Ik heb een jaar over dit boek gedaan, omdat ik alles probeerde toe te passen en te doen. Het is wel een beetje mijn lijfboek geworden. Daar bedoel ik mee dat ik regelmatig de tijd neem en naga of ik bezig ben waarmee ik bezig wil zijn. Daarin zijn je waarden en je principes belangrijk. Als mijn waarde zou zijn dat ik ongelofelijk veel geld wil verdienen, dan kan ik je vertellen dat ik compleet de verkeerde keuzes heb gemaakt. Als ik leef vanuit de waarde dat ik mijn bed uitkom en aan het eind van de dag goede dingen heb gedaan, dan geeft dat mij veel meer voldoening en ben ik als mens meer in balans.” Ondanks deze mooie woorden en de keuzes die Manon maakt, moet ze toegeven dat haar werk-privé balans nu scheef is. Ze heeft al 25 jaar mooie kansen gepakt en gekregen, maar merkt dat ze nu meer behoefte heeft aan eigen vrije tijd: “Ik wil ook gewoon kunnen denken dat ik meer wil sporten, een zondag door de stad wil banjeren met mijn dochter zonder dat ik denk aan wat ik nog moet doen. Het blijft altijd een uitdaging, je moet altijd weer opnieuw keuzes maken. Daar heb ik dat momentje af en toe dan wel voor nodig.”

Als ik vraag waar ze het meest trots op is, antwoordt Manon dat ze erg trots is op haar gezin en dat ze een fijne relatie heeft met haar man en kinderen. “Ondanks alles staat dat altijd toch op één. We hebben net de ‘21-dinners’ van onze dochters gehad en daar waar ik wel eens schuldgevoel heb gehad, omdat ik bang was dat ik er niet genoeg voor ze was, werd op beide diners gezegd: mam je was er altijd als we je nodig hadden. Dan denk ik: gelukkig, wat fijn! En ik ben trots op het team van Curilion wat echt een heel fijn team is waar we heerlijk samenwerken en elkaar staan!"

Op de vraag wie dan haar rolmodellen zijn, heeft Manon niet direct een antwoord. Er zijn veel mensen die mij inspireren: mijn man, mijn kinderen, mijn vriendinnen, maar ook patiënten. Ik leer veel door alle verhalen in de spreekkamer. Angela Merkel wordt wel even uitgelicht, want “dat is echt zo’n powervrouw”, aldus Manon. “Ze heeft haar eigen pad, haar eigen koers, blijft bij zichzelf en gebruikt niet meer woorden dan nodig is. Daar kan ik nog wat van leren ;).”

Advies voor de jonge dokter

Het advies dat Manon graag wil geven is om je niet te laten weerhouden in bijvoorbeeld de keuze voor specialismes: “Volg je hart! Je moet iets doen wat je leuk vindt, want daar krijg je energie van!” Daarbij is het ook belangrijk om je eigen pad te volgen en dichtbij jezelf te blijven. “Laat je niet gek maken. Je medestudenten zijn misschien al bezig met artikelen schrijven. Je kan later tien artikelen op je naam hebben staan; uiteindelijk is het belangrijk dat je een fijn mens bent om mee samen te werken, een fijne collega, sociaal, communicatief vaardig en betrouwbaar.”

Manons tip voor A(N)IOS? “Het helpt om te weten dat het niet allemaal nú hoeft. Op het moment dat je jonge kleine kinderen combineert met een opleiding, kan het niet perfect zijn en ben je blij als iedereen zijn natje en droogje heeft. Als je dan ook nog denkt dat alles pico bello moet ... Maak het niet te ingewikkeld! Moet je nagaan: ik ben al 25 jaar dokter en mag er nog 17 werken. Als je als 20-jarige denkt: ik loop al twee jaar achter op schema: hoezo?! Je neemt alle ervaringen mee, die levenservaring is goud en je mag nog zo lang!

Samenvattend: Volg je hart, dat klopt altijd!”

 

Toekomst

Ondanks dat ze er al 25 jaar op heeft zitten, heeft Manon nog een hele lijst met ambities voor de toekomst. Op nummer 1 staat nu betere zelfzorg: “Ik vertel de hele dag vrouwen allemaal hele belangrijke adviezen, maar ‘I do not practice what I preach’.” Op nummer 2 staat een sabbatical naar Nepal: “Er is daar een heel mooi project opgezet voor betere vrouwenzorg, waar ik kennis naartoe wil brengen. Ik wil mensen leren opereren! Meer mensen opleiden – binnen en zo mogelijk ook buiten Nederland.” Last but not least wil Manon graag meer doen voor het uitrollen van de vrouwenzorg in Nederland met veel aandacht voor de verschillende levensfases met een belangrijke rol voor de de preventieve geneeskunde.

“Wat ik ook belangrijk vind”, start Manon nadat ze haar opsomming heeft afgerond, “is sociaal-maatschappelijk een bijdrage leveren aan verbinding, in plaats van polarisatie, en meer inclusiviteit. Dat vind ik heel actueel nu. Ik was bijvoorbeeld net wat later bij dit interview, omdat mijn patiënt mij uitvoerig bedankte. Ze is oorspronkelijk van Marokkaanse afkomst en kwam hier met een hoofddoek binnen. Ze was bang dat ze beoordeeld werd of anders behandeld zou worden, maar bedankte me dat ze daar niets van had gemerkt. Deze discriminatie kom ik nog dagelijks tegen in de spreekkamer, dat vind ik echt heel erg.”

Ondanks dat Manon twijfelde of dit wel in het interview genoemd zou moeten worden, denk ik dat haar sociaal-maatschappelijke bijdrage wel start met het delen van dit soort verhalen.

 

Hakken

 

“Ik ben gek op schoenen en loop graag op hakken. Ik heb alleen een Hallux valgus gekregen, die zo pijnlijk was dat ik niet meer goed kon lopen, laat staan hardlopen. Ik ben recent geopereerd en ben wat zuiniger op mijn voeten en loop nu overdag alleen nog maar op gympen. Maar hakken zijn leuk!. Ik voel me vrouwelijker met hakken.” Wat zijn dan Manons favoriete hakken, ondanks dat ze er niet goed op kan lopen? “Die ik nu ook op het toneel draag en die ik tijdens mijn promotie gedragen heb. Dat zijn mijn favoriete hakken. Dat zijn gouden schoentjes. Dat vind ik wel toepasselijk dan. Wat een leuke vraag, trouwens!”

Reactie schrijven

Commentaren: 0