Annemarie van Bellegem

Annemarie van Bellegem is kinderarts sociale pediatrie, arts bij het Centrum voor Seksueel Geweld (CSG) en het Landelijk Expertise Centrum voor Kindermishandeling (LECK). Daarnaast is ze een van de initiatiefnemers van K-EET, Landelijke Ketenaanpak EETstoornissen. Zij werd geïnterviewd door Nina Gelineau.

Beknopte biografie

1986-1992: Gymnasium, Thomas a Kempis College, Zwolle

1993-1995: Biomedische Gezondheidswetenschappen, Nijmegen

1995-1998: Geneeskunde, Nijmegen

1998-1999: Basisarts Tanzania

1999-2000: ANIOS SEH arts/Kindergeneeskunde

2000-2005: AIOS Kindergeneeskunde Amsterdam UMC, locatie AMC

2005-2008: Fellowship sociale pediatrie Amsterdam UMC, locatie AMC

2008-heden: Kinderarts sociale pediatrie, Amsterdam UMC, expert eetstoornissen

 

Leeftijd: 46 jaar

Kinderen: Twee kinderen van 12 en 14 jaar.

Hobby’s: Leven! Dansen, muziek & eten.

 

Goede en slechte eigenschappen: Sociaal vaardig, slim, gedreven, sterk rechtvaardigheidsgevoel, maar ook eigenwijs en ongeduldig.

Talent: Sterk analytisch vermogen, mensen in hun waarde laten.

Favoriete boek: Cirkel in het gras, Oek de Jong.

Luistertip: podcast Unf*ck your brain van Kara Loewentheil.

 

Huidige functie: Kinderarts sociale pediatrie

 

Nevenfuncties: Arts bij het Centrum voor Seksueel Geweld (CSG) en het Landelijk Expertise Centrum voor Kindermishandeling (LECK). Een van de initiatiefnemers van het kenniscentrum over eetstoornissen K-EET. Voorzitter Werkgroep Eetstoornissen NVK.

 

 

Tijdens het gesprek in het Emma Kinderzieken in het Amsterdam UMC, wordt Annemarie begroet door iedere arts die langsloopt. Gedurende het interview bespreken we haar loopbaan, genderverschillen in de praktijk en de (onnodige) aandacht voor uiterlijk vertoon.

Wist je altijd al dat je dokter wilde worden?

Vroeger wilde ik dierenarts worden, omdat ik dieren makkelijker te begrijpen vond dan mensen. Maar als 11-jarige besloot ik toch dat ik een “mensendokter” wilde worden. De route naar de studie Geneeskunde verliep uiteindelijk met een omweg. Op de middelbare school klikte het niet goed met de leraar natuurkunde, waardoor ik dat vak liet vallen. Na het eindexamen heb ik in de zomervakantie het natuurkunde staatsexamen ingehaald. Op de universiteit in Nijmegen ben ik, na uitgeloot te zijn voor Geneeskunde, eerst kort Biologie en vervolgens Biomedische Gezondheidswetenschappen gaan studeren, voordat ik uiteindelijk na 3 jaar werd toegelaten tot Geneeskunde. 

 

Colleges waren niet aan mij besteed. Ik vond het lastig om me te concentreren in een grote massa. Daarnaast was ik wat alternatiever dan de gemiddelde student en voelde ik me er niet tussen passen. Ik was op zoek naar hoe ik mijn eigenheid kon inbrengen in het vak. Ik heb me regelmatig verwonderd over de dokters om me heen. Ik ben van mening dat je als dokter naast je patiënt moet staan en je moet kunnen verplaatsen in de mens tegenover je. Dat zag ik niet terug tijdens mijn studie.

 

Hoe kwam je in opleiding?

 

Tijdens mijn coschappen vond ik kindergeneeskunde erg leuk, vanwege de interactie met de kinderen. Dat is zo puur. Ik houd echter ook erg van de acute zorg en heb een jaar in Tanzania gewerkt en als ANIOS op de SEH. Mijn oorspronkelijke plan was om die kant op te gaan. Uiteindelijk heb ik als ANIOS bij de afdeling Kindergeneeskunde in het OLVG gewerkt. De passie die ik daar voor de kindergeneeskunde voelde, heb ik goed kunnen uitstralen bij de sollicitatie voor de opleiding tot kinderarts. Ik werd aangenomen in het Emma Kinderziekenhuis. De opleiding vond ik ontzettend leuk en vanaf minuut 1 was ik daar helemaal op mijn plek. Je mag in Amsterdam UMC zijn wie je bent, kleding dragen die je zelf wilt en de sfeer is vooruitstrevend. 

 

Coassistenten wil ik graag meegeven om te zoeken naar eigenheid en die vast te houden. Als je authentiek bent en dat uitstraalt, dan sluit het vak ook aan. Dat kan je meenemen in je professionaliteit. Dit vraagt ook dat je nieuwsgierig blijft, naar wie er tegenover je zit, wie je patiënt is en wat je voor hem of haar kunt doen. Ik heb me in het begin zorgen gemaakt over waar ik terecht zou komen, omdat ik het wat anders deed dan de andere dokters. Daar werd ik dan soms ook op aangesproken. Maar dit was wat bij mij paste en wat goed voelde en nu krijg ik daar erkenning voor. Zo ben ik een keer op het matje geroepen, omdat ouders mij aanspraken met mijn voornaam en niet als dokter Van Bellegem. Ik ben wel dokter, maar ik vind het persoonlijk niet nodig dat mensen mij bij mijn achternaam aanspreken. Ik wil zoeken naar de professionele nabijheid waarbij je wel voldoende distantie behoudt om je vak goed te kunnen uitoefenen; hoe kan ik naast iemand staan in plaats van ver weg? Als je de erkenning nog niet hebt, is het erg moeilijk. Maar blijf dicht bij jezelf, dat is het enige wat werkt. Wel binnen de regels natuurlijk.

 

Ik wilde eerst richting de Neonatologie/IC, maar toen kwam een fellowship Sociale Pediatrie op mijn pad. Dit gebied vond ik het meest ingewikkeld: het riep weerstand op, mijn eerste gevoel was om weg te rennen. Ik wist echter dat ik hier, weg uit mijn comfortzone, juist ging leren. Ga dus ook juist daar zitten waar je voelt dat het wrijft. Kies niet telkens voor het makkelijke.

 

Welke beslissing was voor jouw carrière doorslaggevend?

 

De stap naar Amsterdam en de documentaire ´Emma Wil Leven´. Na deze documentaire kwam er meer begrip voor het ziektebeeld anorexia nervosa. Daar is heel veel uit voortgevloeid. Werkend met deze groep kwetsbare jongeren merkte ik dat deze zorg veel uitdagingen met zich meebracht. Er zijn veel schotten die de zorg voor patiënten met eetstoornissen complex maken, zoals het schot tussen soma/pysche, verschillende wetgevingen (WGBO/WVGGZ), transitiefases (leeftijd) en financiële vergoeding. In 2016 ben ik de Werkgroep Eetstoornissen vanuit de NVK gestart en zijn we met de ouders van Emma in gesprek gegaan met de minister. In 2019 is K-EET gestart, Landelijke Ketenaanpak Eetstoornissen. Vanuit K-EET wordt een aantal bouwstenen uitgewerkt, bijvoorbeeld meer aandacht voor scholing, voorlichting/informatievoorziening voor ouders en zorgprofessionals (o.a. via de First Eet Kit, een mobiele website met informatie voor ouders/hulpverleners), een interactieve zorgkaart, een overleglijn voor zorgprofessionals (Keet-i), een leidraad voor het voorkomen van dwangvoeding. Het veld komt in beweging met als doel dat patiënten en ouders hier profijt van gaan hebben.

 

Tijdens de Coronapandemie zagen we dat het niet-eten bijna een manier is geworden om je stem te laten horen: een coping-strategie. Er zijn veel kinderen die een terugval hebben of een nieuwe eetstoornis ontwikkelen. We zijn nu dus heel erg bezig met crisismanagement. Er gaat erg veel tijd, mankracht en geld naar een selecte groep waarbij er sprake is van ‘code rood’. We willen juist meer richting preventie, voorkomen dat mensen ziek worden. Er is nog zoveel wachtlijstproblematiek. Ik hoop dat het over vijf jaar anders is, maar ik ben bang dat het langer tijd nodig heeft.

 

Ik vind mijn vak nog steeds het leukst, maar ook meehelpen aan maatschappelijk relevante zaken geeft voldoening. Het is mooi als je tijdens de opleiding al een passie hebt naast je vak. Dit houd je als mens en dokter geïnspireerd.

Er hangt een schilderij in mijn huis dat Emma geschilderd heeft. Als ik dat zie, bedenk ik vaak hoe bijzonder het is wat ze allemaal in gang gezet heeft.

 

Welke verschillen zie je op de werkvloer tussen mannen en vrouwen?

 

Helaas is het nog steeds zo dat in bepaalde dynamieken de vrouw vaak op haar uiterlijk wordt beoordeeld en seksistische opmerkingen worden gemaakt. Ook patiënten en ouders kunnen grensoverschrijdende dingen zeggen. Afhankelijk van het moment probeer ik de situatie met humor luchtiger te maken en duidelijk een grens aan te geven als ik het gedrag/de uitspraken niet wenselijk vind. 

 

Wij groeien op in een patriarchale samenleving. Als vrouw word je bewust en onbewust getraind pleasend gedrag te vertonen en je te conformeren aan de wens van de man. Ik denk dus dat veel vrouwen zich er niet eens bewust van zijn dat het gebeurt. Je moet voor jezelf bepalen wat je grensoverschrijdend vindt. Dat kan heel moeilijk zijn in afhankelijkheidsposities. Het is belangrijk dat je je grenzen aan durft te geven wanneer iets niet oké voelt voor jou. Meer bewustwording hierover is niet verkeerd. Als je weet wat je wilt en aandacht besteedt aan je uiterlijk of aantrekkelijk gevonden wordt, kan dat intimiderend zijn voor mannen. Maar laat je niet weerhouden en zet door. 

 

Ik ben benieuwd wat je van de naam Dokters op Hakken vindt?

 

Ik droeg altijd hakken en werd dokter Klik genoemd. Ik vind de naam Dokters op Hakken tweeledig: het is ontzettend stereotiep dat het over het uiterlijk gaat; je wilt liever dat het over de inhoud gaat. Of beter gezegd dat we helemaal afstappen van het binaire. Mensen zijn niet binair. Maar aan de andere kant is er nog wel behoefte aan. Juist om jonge vrouwen te stimuleren om gewoon zichzelf te ontplooien

 

Jij bent duidelijk jezelf in je functie. Hoe combineer jij al je verplichtingen op je werk met je leven als moeder en als Annemarie?

 

Er zijn momenten dat het complex is, omdat het veel planning en management vraagt. Soms heb je het gevoel dat je ergens tekortschiet, maar ik vind het belangrijk dat mijn kinderen zien dat je in het leven mag gaan voor waar je hart ligt. Ik geniet extra van mijn kinderen door alles wat ik op het werk zie en heb een goede balans gevonden. Ik kan intens genieten van de kleinste momenten. Ik houd van het leven, van feestvieren, eten en vrienden. Ik geniet bewust van de kinderen, van mijn kopje koffie en croissant die ik elke dag beneden haal. 

 

Door alle ellende die ik zie, weet ik hoe vergankelijk het leven is. Je hebt als dokter een taak, maar je wordt niet de eigenaar van het probleem. Daar moet je goed voor waken. Patiënten komen binnen met een rugzak, zetten die op tafel en hebben het liefst dat jij die rugzak overneemt en op je rug doet. Je kunt helpen de rugzak leger te maken, maar de patiënt blijft wel degene die de rugzak draagt. En blijf altijd nieuwsgierig. Het is zo leuk om jezelf de hele dag door te triggeren. “Waarom zit het zo?” “Waarom gaat het zo in een gesprek?” Dan zijn je dagen in een oogwenk voorbij.

 

Doe jij daarnaast nog andere dingen om te ontspannen?

 

Ik ben mijn hele leven blijven sporten, 3-4 keer per week. Daar word ik echt een beter mens door en het is een manier om mijn hoofd vrij te maken. Je moet als dokter zoeken naar de balans om jezelf op de been te houden, zeker kijkend naar de casuïstiek waar ik mee werk. Soms ga je toch over grenzen heen. Dat merkte ik vooral voordat ik kinderen had. Het is voor iedereen een individuele zoektocht die wellicht per levensfase verschilt. Maar je moet wel altijd zoeken naar die balans.

 

In een recent interview met het Parool zeg je “Ik ben te eigenwijs om me door een man te laten leiden of wie dan ook”. Dat ging over dansen, maar ik heb zo het idee dat dit breder getrokken kan worden in je leven. Je bent mede daardoor voor velen een rolmodel, zowel voor coassistenten en jonge dokters als voor de patiënten die jij begeleidt. Heb je zelf een rolmodel?

 

Ik idealiseer mensen niet. Uiteindelijk doet iedereen hetzelfde, alleen kan de één sommige dingen wat beter dan de ander. Dat is mooi en moeten we waarderen. Zeker als vrouwen onderling moeten we lief zijn voor elkaar en elkaar stimuleren. Dat zet mensen in hun kracht. Ik zie wel altijd iets bij andere mensen waar ik van kan leren. Dit heb ik juist bij mijn patiënten, dat zijn dan mijn leermeesters. Zij kunnen zo verfrissend zijn. Dat houdt mij scherp.

 

Wat is je tip voor jonge dokters?

 

Richt je op diversiteit, authenticiteit, lief zijn voor jezelf, ook als het niet goed gaat, blijf communiceren, ook als je collega’s hebt waarvan je denkt dat het niet goed gaat. Blijf oog houden voor elkaar en vraag of het gaat.

Denk ook altijd hoe jij benaderd zou willen worden en verplaats je in een ander. Er zijn nooit onderwerpen waar mensen niet over willen praten, als je het maar vraagt zonder vooringenomen ideeën en vooroordelen. Het helpt mensen meer om zelf tot inzicht te komen dan jouw inzicht met ze te delen. Veel dokters doen dit helaas wel. Ik hoop dat dit gaat veranderen met de nieuwe generatie. Het gaat niet om telkens mooie volzinnen gebruiken, maar om het gevoel dat je overbrengt. Besef wat voor impact jouw woorden kunnen hebben op patiënten en ouders.

 

Wat is jouw ambitie voor in de toekomst?

 

Ik zit een beetje op een keerpunt, omdat alles nu wel loopt. Het is tijd voor contemplatie waar ik zelf wel mee bezig ben. Ik ga mijn vak niet loslaten, maar ik sluit niet uit dat er nieuwe stappen gemaakt worden. Ik ben momenteel samen met een moeder een boek aan het schrijven. En wellicht wil ik mij meer gaan richten op onderzoek.

 

Meer lezen? Zie het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie99gram en de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen en houd je ogen open voor het toekomstige boek.

Hier ook een link toevoegen naar de docu Emma wil leven.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 3
  • #1

    T.Huisman (zaterdag, 12 februari 2022 11:43)

    Het lijkt complexer dan jaren geleden Nu willen ze die brede visie inzetten in plaats van de beperkte visie van aankomen en eten en gewicht. tegelijkertijd wil men coaching inzetten bij somatische interventie en voeger was het eerst aankomen tot een BMI van 16 en dan kon men in behandeling. Volgens de beslisboom van Rintveld wordt men met een BMI van 15 of lager wilsonbekwaam geacht en niet in staat om de juiste keuzes te maken of een juist oordeel te vellen met zo"n laag gewicht. Het beinvloedt ook denkprocessen en dit ziet of voelt men niet. Met een hoger BMi zou men meer contact met het gevoel hebben en dan dringt het beter tot je door dat het ernstig kan zijn.

  • #2

    T.Huisman (maandag, 23 mei 2022 02:15)

    Wat een kleurrijke arts.

  • #3

    T. Huisman (maandag, 03 juni 2024 00:33)

    Het zou steeds vaker blijken dat iemand na jaren toch nog is hersteld van een eetstoornis en daarom zouden ze niet te snel als uitbehandeld mogen noemen. Na 20 22 jaar kan iemand met ernstige langdurige eetstoornis nog herstellen. Ik heb dit ook op de buitenlandse sites gelezen. Er komt ook steeds meer bij. In meerdere boeken heb ik gelezen dat iemand met een eetstoornis niet op zoek gaat naar wat het in stand houdt. Ik heb uit oudere boeken gelezen dat men rust als belangrijkste factor vond om te genezen. Uit herstelverhalen komt dat ook naar voren. Ik heb wel eens gehoord dat iemand met een eetstoornis zich al snel vol voelt en kleine beetjes eet. Ik heb ook gehoord dat sommige behandelingen eerder beschadigend werken dan goed en daarom vind men het maatwerk en mensenwerk. Iedereen is weer verschillend.