Froukje Verdam

Froukje is KNO-arts en tevens oprichter van haar bedrijf ‘Zorg voor de dokter’.

Beknopte biografie:

1979                       Geboren in Amsterdam

1998-2005           Studie Geneeskunde, Rijksuniversiteit Groningen

2005-2007          ANIOS Chirurgie Amphia Ziekenhuis, Breda.

2007-2012           Arts-assistent en promovenda MUMC, Maastricht. Proefschrift: Is the gut the key to obesity? The role of the                                    intestine in obesity, type 2 diabetes mellitus and fatty liver disease in man.

2013-2018            AIOS KNO, UMC Utrecht

2016                       Opleiding tot peer supporter via Jo Shapiro, UMCG

2018-heden        KNO-arts, St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein

2018-heden        Eigenaar Zorg voor de dokter

2019-heden        Medical Mavericks

 

Ik ontmoet Froukje in hotel Jakarta in Amsterdam. Midden in de weelderige groene jungletuin, onder het genot van een cappuccino, vertelt de enthousiaste Froukje mij alles over haar ervaringen en ideeën over onze gezondheidszorg en het vak als arts.

 

Wist je altijd al dat je dokter wilde worden?

Mijn moeder is huisarts en zodoende ben ik van jongs af aan met het artsen vak in aanraking gekomen. Als oudste dochter van ons gezin ben ik opgegroeid met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Vanuit de behoefte om een verschil te maken, klein of groot, ben ik Geneeskunde gaan studeren. Na de middelbare school werd ik uitgeloot en heb ik een pre-medical traject gevolgd in Dartmouth, Amerika. De mentaliteit van ‘If you put your mind to it, anything is possible’ werkte voor mij heel aanstekelijk. Het jaar daarna werd ik ingeloot voor de Geneeskunde opleiding in Groningen.

 

Wat vond je van de Geneeskunde studie?

Het probleemgestuurd onderwijs zoals dat in Groningen wordt gegeven vond ik een effectieve en leuke manier van studeren. Toen mijn oom tijdens mijn opleiding overleed ten gevolge van een medische fout werd ik geconfronteerd met een andere kant van het vak. Even heb ik me bevreesd gevoeld. Stel je voor dat ik een dergelijke inschattingsfout zou maken en dat het een leven kost? In de studie is daar denk ik te weinig aandacht voor.

 

"We leren hoe we een ziekte al dan niet kunnen genezen, over de bejegening van de mens achter de ziekte, maar we leren weinig over hoe je omgaat met een complicatie of een overlijden.”

 

In die periode heb ik een mentor benaderd en gevraagd hoe hij daarmee om gaat. Die gesprekken hebben mij geholpen om met vertrouwen mijn studie af te ronden. 

 

Tegenwoordig mag het gelukkig steeds meer uitgesproken worden dat je werk je raakt. Het betekent immers dat je een betrokken dokter bent. Dat mag je een patiënt laten voelen en we mogen elkaar als artsen onderling ook meer steunen. Helaas gaat namelijk niet altijd alles goed, hoe graag je dat ook zou willen. Waar gehakt wordt, vallen spaanders. En als dat gebeurt, wil je er niet alleen voor staan, maar juist ruggespraak vinden en kunnen delen dat dat impact op je heeft. Volgens mij is het niet de bedoeling dat je in de loop van je carrière een steeds zwaarder figuurlijk rugzakje gaat dragen. Daarom sta ik achter initiatieven zoals het Foutenfestival van de Jonge Dokter.

 

Wist je tijdens je opleiding al dat je KNO-arts wilde worden?

Ik ben een doener en een denker, en ambieerde een chirurgisch vakgebied. KNO sprong er uit omdat het technisch uitdagend is en patiënten van jong tot oud biedt, van weinig tot ernstig ziek. Veel zintuiglijke functies komen terug in mijn vak; ruiken, proeven, zien, spreken, horen en het evenwicht. Dit maakt het heel gevarieerd. Er zijn maar weinig KNO ANIOS plekken, dus na mijn opleiding ben ik eerst als ANIOS chirurgie aan de slag gegaan. Destijds heb ik wel gesolliciteerd voor de KNO, maar de professor zei dat ik nog te weinig wetenschappelijke bagage had en adviseerde me om te promoveren. 

 

Al zoekend naar wat me aansprak, werd ik getriggerd door een promotie-traject over obesitas in een grote chirurgisch georiënteerde onderzoeksgroep. Dat was weliswaar niet erg KNO-gerelateerd, maar wel een actueel, breed gedragen onderwerp. Wereldwijd is de prevalentie van obesitas de laatste drie decennia meer dan verdrievoudigd. Ruim de helft van de Nederlanders heeft inmiddels overgewicht. We leven tijdens de grootste epidemie aller tijden. Het maatschappelijke belang is gigantisch en ik kon voor mijn gevoel echt een bijdrage leveren. Mijn onderzoekstraject duurde vier jaar en omvatte onder andere poliklinische werkzaamheden, laboratoriumwerk en wetenschappelijk schrijven.

 

Wat was het meest bijzondere moment tijdens je promotietraject?

In 2012 was ik in India om een presentatie te geven op een wetenschappelijk congres en heb ik de Dalai Lama ontmoet. Hij kwam binnen in zijn oranje gewaad en er ging een golf van respect en ontzag door de zaal. Hij vertelde over zijn levensmissie en zijn eigen ervaringen met de medische zorg. Voorafgaand aan deze ontmoeting mochten we een vraag voor hem opschrijven en mijn vraag werd uitgekozen. Die luidde: “Hoe kunnen wij als artsen een bijdrage leveren aan uw missie?” 

 

Het antwoord van de Dalai Lama ben ik nooit vergeten: “The most pivotal thing is that you as doctors take care of yourself first, just as well as you wish to take care of your patients.”

 

Na je promotie wilde je nog steeds heel graag KNO arts worden.

Ja, klopt. Na mijn verdediging ben ik met mijn boekje onder de arm teruggegaan naar de eerder genoemde professor KNO en heb gevraagd naar de mogelijkheden. Hij adviseerde me om opnieuw mee te solliciteren en toen ben ik wel aangenomen.

 

Naast de KNO heb ik een brede interesse. Zo heb ik me verdiept in leiderschap en management in de zorg dankzij de ‘Medical Business Mastclass’ en voor ‘Doctor meets Director’ mocht ik meegelopen met Ernst Kuipers, Voorzitter van de Raad van Bestuur van het ErasmusMC. Via de Jonge Specialist en de VVAA nam ik deel aan het jaarprogramma ‘Gamechangers in Health’. Op dit moment zit ik in een nationale denktank getiteld ‘Medical Mavericks’ met bevlogen zorgprofessionals die brainstormen over toepasbare verbeteringen in de zorg. Dat soort initiatieven werken voor mij heel inspirerend en geven me handvatten om een betere dokter te worden.

 

In dezelfde periode ben je ook begonnen met coaching, wat is hiervoor de reden geweest?

Als AIOS zag ik bij vrienden en collega’s dat er schroom was om te praten over indrukwekkende gebeurtenissen op het werk en om toe te geven dat je af en toe even uit het lood geslagen kan zijn. Dit was aanleiding voor mij om de cursus peer-support van Jo Shapiro te gaan volgen. Hierna ben ik als peer-supporter aan de slag gegaan voor de Nederlandse vereniging van KNO artsen en discipline overstijgend in het ziekenhuis.

 

Het artsen vak is een baan die veel met je doet en het is belangrijk om mentaal en fysiek gezond te blijven, om tegenslag aan te kunnen en alle ballen in de lucht te houden. Ze zeggen vaak dat je in relaties eerst van jezelf moet houden voordat je goed van een ander kan houden. Voor artsen geldt mijns inziens dat zelfzorg een belangrijke voorwaarde is om je vak goed uit te oefenen.

 

Je was in het UMCU werkzaam toen de afdeling KNO door de Inspectie van de Gezondheidszorg een half jaar onder verscherpt toezicht werd gesteld nadat er fatale incidenten niet waren gemeld. Hoe was dat? 

Dat is voor alle betrokkenen; patiënten, verpleging, stafleden en ook voor alle AIOS, een hele moeilijke tijd geweest. Terwijl je leert en hard werkt voel je je kwetsbaar doordat je afdeling en het ziekenhuis negatief worden geëtaleerd in de media. We werden persoonlijk benaderd door de pers, zonder dat we een weerwoord mochten of konden geven. Voor mij persoonlijk was het een intensieve periode. Daar waar ik inhoudelijk met mijn opleiding bezig wilde zijn, ging er veel tijd en negatieve aandacht zitten in vergaderingen, rapporten lezen, gesprekken met de Inspectie en de Raad van Bestuur. Het is een periode waar ik niet graag aan terug denk, maar er is een cultuurverandering in gang gezet die denk ik wel nodig was en ik heb er veel van geleerd.

 

In die tijd ben ik een cursus gaan volgen over geweldloos communiceren. Enerzijds wilde ik dat kunnen benoemen wat ter tafel moest komen zonder collega’s en mezelf tekort te doen, anderzijds wilde ik anderen niet tegen me in het harnas jagen bij het brengen van een negatieve boodschap. Al met al heeft het mijn carrière verder richting de coaching gebracht. 

 

Wat is je huidige baan?

Sinds vorig jaar ben ik Fellow in het St. Antonius ziekenhuis; een chef-de-clinique functie waarbij ik 4 dagen werk en mijn 5e ‘vrije’ dag mee opereer met collega’s. De overgang van AIOS naar specialist voelde voor mij heel fijn, het zorgt voor meer autonomie in de spreekkamer. Tegelijkertijd biedt deze huidige constructie me de mogelijkheid om met ervaren collega’s te opereren en zo verdiep ik me in een deelgebied van de KNO. Voor mij is de essentie van het leven: ‘a lifelong learning’, en dit creëer ik ook bewust. Als je laat zien dat je bereid bent om een stap extra te doen, krijg je daar vaak ook veel voor terug.

 

Welke verschillen zie jij op de werkvloer tussen mannen en vrouwen?

Vrouwelijk leiderschap gaat volgens mij over een balans vinden. Een voorkomen waarbij je enerzijds niet te sterk, en anderzijds een niet te meegaand wil zijn. In die smalle bandbreedte probeer ik mijn professionaliteit en mijn empathie te tonen. Daar waar nodig, wil ik zakelijk kunnen zijn en mijn warme karakter behouden. Over het algemeen onderhandelen vrouwen minder pittig, doen we relatief minder aan zelfpromotie, en als iets niet goed gaat zoeken we eerst een antwoord bij onszelf. Dat is natuurlijk heel gechargeerd, maar belangrijk om je bewust van te zijn. Ik probeer zelfkritisch te zijn zonder mezelf tekort te doen. 

 

Wat zijn jouw ambities voor de toekomst?

Ik heb drie pijlers. Als eerste wil ik mij verder bekwamen als medisch specialist, daarnaast wil ik mijn eigen bedrijf ‘Zorg voor de dokter’ verder uitbouwen en mijn laatste doel is om een bijdrage te leveren aan cultuurveranderingen in de zorg. 

 

‘Zorg voor de dokter’ is ontstaan vanuit mijn wens om een plek te creëren waar elke collega kan aankloppen voor reflectie, aandacht, rust en ruimte. Met mijn bedrijf creëer ik een veilige setting om te bespreken waarom je uit het lood geslagen bent, om dan samen een strategie uit te zetten hoe je weer in je kracht kan komen te staan. Meestal kloppen collega’s aan die net een calamiteit of privé iets vervelends hebben meegemaakt. Het zijn vaak korte coaching trajecten van ongeveer drie gesprekken.

 

Wat doe jij om te ontspannen?

In de ochtend begin ik met yoga en in de avond doe ik een dankbaarheidsmeditatie. Daarnaast ga ik graag de natuur in, sport ik of plan ik een saunadag.

 

Wat is je tip voor jonge dokters?

Jaren geleden heb ik mezelf beloofd dat ik 10% van mijn jaarsalaris mag steken in persoonlijke ontwikkeling en dat bevalt me uitstekend. Zo heb ik net deelgenomen aan de cursus ‘Speak up dear’, een inspirerende cursus voor vrouwelijke medisch specialisten, met als doel ze meer en beter te laten spreken. Ik kan het iedereen aanraden om te blijven leren en jezelf uit te dagen.

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Corina (zondag, 20 oktober 2019 11:58)

    Wow wat een mooi verhaal. Fijn zo eerlijk en open. Lieverd. Ik zou willen dat jij mijn dokter was.
    Je bent een mooi mens. Ik heb dromen over een centrum waar ziekenhuis en alternatief samen in 1 kliniek werken. Waar mensen zoals ik bv ook een jaar kunnen blijven. Aan de beademing. Het moet kunnen en ik geloof erin.
    Wie weet werken we ooit is samen. �