Mia Wessels

Mia is basisarts en medeoprichter van De Jonge Dokter, een organisatie die pleit voor een cultuur verandering in de zorg en de belangen behartigt van de ANIOS.

Beknopte biografie:

1993                  Geboren in de Verenigde Staten

2011-2019        Geneeskunde aan de Universiteit van Utrecht

2018                 Master ‘Health Economics Policy and Law’ aan de Erasmus Universiteit

2018-Heden    Oprichter van De Jonge Dokter

 

Door Dasha Fedorushkova. Edited door Tahnee de Vringer.

 

Ik sprak met Mia Wessels op een zonnige dag, waarbij we elkaar buiten, midden in het Amsterdamse Bos, ontmoetten.

 

Wist je op jonge leeftijd al dat je dokter wilde worden?

Ik ben geboren in de Verenigde Staten en op mijn vierde verhuisd naar Nederland. In mijn familie speelt Geneeskunde een grote rol. Mijn vader is wetenschapper op het gebied van het mammacarcinoom en mijn overgrootvader en opa waren flying doctors in Afrika. Daardoor ben ik opgegroeid met een idealistisch en avontuurlijk beeld van de geneeskunde en was het een natuurlijke studie keus.

 

Wat vond je van de Geneeskunde opleiding?

Ik vond de eerste jaren interessant maar de coschappen vond ik met vlagen heel oppervlakkig. Het ging naar mijn idee vooral om sociale interactie en de goedkeuring van andere mensen. Dit staat soms haaks op je persoonlijke ontwikkeling. Beoordelingen als ‘ga zo door’ betekent dat de beoordelaar niet goed heeft gekeken, onvoldoende tijd heeft gehad of niet geleerd heeft om een coassistent te begeleiden. Daardoor ervaarde ik als coassistent te weinig ruimte om te groeien op basis van constructieve feedback.

 

Ik had mijn coschappen als prettiger ervaren als het duidelijker was wat er van me verwacht werd en wat ik van mijn begeleider mocht verwachten. Nu waren de kaders vaak niet helder, waardoor ik meer aandacht had voor de ander, in plaats van voor mijn persoonlijke ontwikkeling en de dingen die ik wilde leren. Af en toe vond ik de leeromgeving zelfs onveilig. Zo heb ik een keer een eindbeoordeling gehad op de operatiekamer, waar acht andere mensen bij aanwezig waren. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.

 

Welke bezigheden had je naast de studie?

Iets wat me opviel toen we emigreerden, is dat de manier waarop je jezelf uitdrukt heel belangrijk is voor je interactie met andere mensen. Mijn ouders hebben Nederlands moeten leren en spraken met een zwaar Afrikaans accent. Ik nam me voor dat ik mij optimaal wilde kunnen uitdrukken. Daarom ben ik gaan debatteren bij onder andere het European Youth Parliament.

 

Ook zat ik bij de Apollo Society in Utrecht. Dit is een vereniging die zich bezighoudt met translationele Geneeskunde. Dit is een wetenschapsveld dat een vertaalslag wil maken van theoretische onderzoeksbevindingen naar de klinische praktijk. 

 

Daarnaast heb ik een tweede master Health Economics, Policy and Law gedaan aan de Erasmus Universiteit. Dit is een verzamelbak van vakken over de zorg, die niet medisch-inhoudelijk zijn. Zo kon ik de zorg meer in vogelperspectief zien. Het bood mij ook tijd voor mezelf en mijn andere interesses. Ik ontdekte opnieuw wie ik was zonder witte jas aan. Ik vond het soms lastig om mezelf te blijven tijdens mijn coschappen, aangezien ik mijzelf continue aan het aanpassen was aan andere mensen. Op een bepaalde manier ben ik een deel van mezelf verloren tijdens de coschappen en heb ik mijzelf tijdens dat master jaar weer terug gevonden.

 

Waarom heb je De Jonge Dokter opgezet?

In mijn tweede jaar van Geneeskunde begon het me op te vallen dat artsen veel werkdruk ervaren. Mijn interesse voor het onderwerp resulteerde er in dat ik bij verschillende commissies actief werd, die zich bezighielden met onderwijsverbetering. In die zoektocht ben ik Wouter, de medeoprichter van De Jonge Dokter, tegengekomen en we hadden al gauw een heel duidelijk beeld van wat we wilden gaan opzetten.

 

"We merkten dat de belangen van ANIOSen onvoldoende behartigd worden omdat er vaak wordt gedacht dat het een periode is waar je ‘doorheen moet’."

 

Vervolgens zijn we met allerlei mensen in bestuurs- en onderwijsfuncties gaan praten om het concept concreet te maken. 

 

We hebben lang nagedacht over de vorm waarop we jonge dokters op de kaart wilden zetten. We wisten vanaf het begin dat we zelf niet in een traditionele hiërarchische organisatiestructuur wilden werken, maar in gelijkwaardige teams. We willen niet alleen zeggen dat het anders kan, maar ook organisatorisch laten zien dat het anders kan. 

 

Voor mij betekent belangenbehartiger niet alleen aan de CAO-tafel zitten. We kunnen op zoveel meer manieren iets voor de jonge dokters betekenen. De Jonge Dokter wil taboes doorbreken door lastige onderwerpen bespreekbaar te maken. Dit doen we door evenementen zoals het Foutenfestival te organiseren. Tijdens het Foutenfestival maken we medische fouten bespreekbaar en komen er ook specialisten hun persoonlijke verhaal delen. Daarnaast hopen we echt een community voor de ANIOS te bouwen waardoor ze zich gesteund voelen. We hebben recent bijgedragen aan het opzetten van een coaching traject voor ANIOSen in het Diakonessenziekenhuis in Utrecht. Wij zijn overigens niet de enige partij die dit soort projecten opzet. Dat vind ik fantastisch. Het gaat er immers niet om dat wij het opzetten maar dat we met zijn allen een verschil maken. 

 

Welke moeilijkheden ben je tegengekomen?

Tijdens het opzetten van onze organisatie heeft het me verbaasd hoe vaak politiek en geldstromen een hoofdrol spelen in beslissingen.

 

"Waar geld is, is macht en dat is niet altijd geënt op vernieuwing of verjonging."

 

Doordat wij met de De Jonge Dokter los staan van allerlei structuren en zelf onze partners uitzoeken, kunnen we echt iets neerzetten op basis van onze eigen visie.

 

Waar hoop je dat De Jonge Dokter naar toe gaat in de toekomst?

Op dit moment groeien we heel hard. Onlangs hebben we ons membership geïntroduceerd en 16 november 2019 zal het tweede Foutenfestival plaatsvinden. Ook komen er diverse workshops en symposia aan. Hopelijk is het over vijf jaar heel normaal dat elke net afgestudeerde arts een plek heeft om naartoe te gaan voor zijn of haar persoonlijke ontwikkeling en dit zou De Jonge Dokter kunnen bieden. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat onze interne cultuur veilig is, zodat ons eigen team, die de werkzaamheden vaak naast zijn/haar opleiding doet, de ruimte ervaart om het uit te spreken als het te druk wordt. 

 

Je schreef in een blog voor De Jonge Dokter dat je recent een ongeluk hebt gehad. Op welke manier veranderde het ongeluk je beeld van de zorg?

Ik ben gevallen tijdens het mountainbiken, waarbij ik over mijn fiets heen vloog en op mijn gezicht landde. Het gebeurde in een bos waar geen mobiel bereik was en waar geen ambulance kon komen. Ik bleek meerdere aangezichtsfracturen te hebben waaraan ik dezelfde nacht geopereerd moest worden. Mijn revalidatie voelde als een volledige wederopbouw.

 

Dit klinkt wellicht wat filosofisch, maar onze wereld vindt vooral plaats in gehaastheid. ‘Hoe gaat het met je?’ wordt beantwoord met ‘Ja, superdruk’. Ik had het na mijn ongeluk helemaal niet druk, ik kon gewoon helemaal niets doen. Toen ik wel weer wat kon doen, was ik vaak snel moe. Dat vond ik heel moeilijk, omdat ik moest leren luisteren naar mezelf. Wat ik ook heb geleerd, is de relativiteit van perfectie. Ik denk dat onbewust nog veel jongeren denken dat ze een ‘super human’ zijn waarbij ze dingen aan zichzelf kunnen toevoegen of verwijderen, waarmee ze een ‘perfect me’ kunnen maken. Dat is er bij mij nu helemaal uitgeslagen: ik heb geen perfect uiterlijk, dus ik zal nooit helemaal perfect kunnen zijn en dat is eigenlijk best wel lekker.

 

Hoe heb je de zorg ervaren toen je zelf de patiënt was?

Gedurende de eerste paar uur moest ik veel op mijn zij liggen, zodat het bloed niet in mijn keel liep. Wat me opviel, is dat veel zorgverleners achter me gingen staan tijdens het praten, waar ik ze niet kon zien. Zoveel communicatie vindt er plaats zonder oogcontact met de patiënt, dat is echt ongelooflijk! Maar ik heb ook hele goede dingen ervaren. Zo was er een arts die zijn onzekerheid durfde te tonen en zijn collega erbij heeft gehaald. Hij moet zich veilig genoeg hebben gevoeld om dat te doen. Ik vertrouwde hem omdat hij open was over wat hij niet wist.

 

Er is één moment dat me voor altijd bij zal blijven. De chirurg die me ging opereren heeft zijn hand op mijn schouder gehouden van de holding tot het moment dat ik onder narcose ging. Zo liet hij me voelen dat ik niet alleen was. Het gevoel van op de operatietafel liggen, terwijl niemand je aanraakt en iedereen er omheen staat, is heel vervreemdend, alsof je een outsider bent. 

 

Wat doe je om te ontspannen?

Ik schrijf graag creatief en doe veel aan yoga. Daarnaast loop ik hard, lees en mediteer ik. Ik ontspan ook graag in actie, zoals tijdens het kitesurfen of bij een avondwandeling. 

 

Hoe ziet een dag in je leven er uit?

Op dit moment ben ik nog herstellende van het ongeluk. Van dag tot dag houd ik me veel bezig met het interviewen van artsen voor een nieuw project over social support in de verschillende fasen van de artsencarrière. Ook houd ik me minimaal vijftien uur per week bezig met De Jonge Dokter. Dit bestaat voornamelijk uit meetings met teamleden en afspraken met mogelijke partners. 

 

Hoe zie je je toekomst voor je?

Om eerlijk te zijn heb ik nog geen idee. Ik heb veel dingen die ik dolgraag zou willen doen, maar in welke volgorde, weet ik nog niet. Uiteindelijk zou ik graag aan de slag willen gaan in de zorg, maar niet als arts. Ik vind welzijn van jonge dokters extreem belangrijk en zou me hier fulltime mee bezig willen houden. Ik ben niet meer van plan om medisch specialist te worden, maar de nieuwsgierigheid naar het vak is er zeker wel. Ik zou het liefst een tijd op de spoedeisende hulp willen werken. 

 

Heb je nog een leestip?

Op dit moment lees ik veel managementboeken, zoals ‘The Lean Startup’ van Eric Ries. Deze boeken zijn erg leerzaam, maar ze nemen je niet mee naar een andere wereld zoals magische boeken dat doen. Een van mijn favoriete fictieschrijvers is Haruki Murakami. Een paar andere favorieten zijn: ‘Never Let Me Go’ van Kazuo Ishiguro en ‘Women who run with the wolves’ van Clarissa Pinkola Estés. Het laatstgenoemde boek is waardevol om als vrouw te lezen omdat het boek vertelt over de rol van vrouwen in andere culturen.

 

Welk advies zou je andere jonge dokters mee willen geven?

Er is niet zoiets als een goede of een verkeerde keuze. Ik zie dat jonge artsen zich afvragen: wat is het juiste om te doen in mijn carrière? De betere vraag zou zijn: Als ik mijn ogen dicht doe en eerlijk ben, wat wil ik dan echt doen? Daarvoor moet je af van de aanname dat er maar één juiste keuze is.

 

"Een keuze is meestal een opeenstapeling van momenten, en de daadwerkelijke keuze voelt vaak als het moment dat je het aan anderen vertelt, maar daarvoor zijn er al vele momenten geweest waarop je naar je uiteindelijke keuze hebt toegewerkt."

 

Reactie schrijven

Commentaren: 6
  • #1

    Loice Visser Schaareman (vrijdag, 13 september 2019 14:38)

    Wauw wat een sterk artikel en tegelijkertijd een mooi interview. Vooral de vergelijking met 'super human' en dat er niet een juiste keuze is als arts (helpend voor andere beroepen) zijnde, inspireert mij. Knap dat je jezelf zo open durft te stellen, Mia. Gr Loice

  • #2

    Rachelle Dekker (vrijdag, 13 september 2019 16:16)

    Mooi artikel Mia! Kleine rectificatie, het foutenfestival gaat op 16 november 2019 plaats vinden!

  • #3

    Bo (zaterdag, 14 september 2019 06:04)

    Heel leuk om te lezen!
    Wat een open- en eerlijkheid, ik hou ervan. Je bent nog steeds een prachtig mooi mens Mia. En wat een super goed werk en initiatief!
    Mijn complimenten!

  • #4

    Ellen Toet (zaterdag, 14 september 2019 19:09)

    Wat een mooi ,duidelijk en toegankelijk stuk om te lezen! Zo prachtig om te zien hoe jij je ervaringen omzet in plannen en acties.
    Je bent een sterke, bijzondere vrouw.
    Succes en wie weet tot snel, groetjes.

  • #5

    Bas Veersema (zondag, 15 september 2019 11:04)

    Prachtig interview. Grote bewondering voor hoe jij je hebt ontwikkeld en de kracht die je uitstraalt. Ga vooral zo door .....

  • #6

    Danielle (donderdag, 10 oktober 2019 22:12)

    Een erg mooi en oprecht interview... prachtig! Volg je hart en blijf altijd (bij) jezelf. Het boek ‘Women who run with the wolves’ van Clarissa Pinkola Estés is inderdaad prachtig!