Miranda Ernst

Miranda is oncologisch chirurg en sinds 2013 is ze werkzaam in het Alexander Monro Ziekenhuis. Vanaf 2017 is ze ook gecertificeerd orthomoleculair therapeut.

 

Beknopte biografie:

1969                Geboren in Heerlen

1988-1994      Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam

1995-1997       ANIOS Urologie AMC

1997-2003      AIOS Chirurgie

okt 2002         PhD “Clinical implications of breast cancer screening”

2005-2013      Oncologisch chirurg bij het Jeroen Bosch ziekenhuis

2013-heden   Chirurg bij het Alexander Monro ziekenhuis

2017-heden   Orthomoleculair therapeut

 

Ik spreek met Miranda af op haar werk. Het Alexander Monro Ziekenhuis ligt midden in het bos en bij binnenkomst ben ik aangenaam verrast. Ondanks de moderne uitstraling van het interieur hangt er een warme sfeer.

 

 

Waarom ben je Geneeskunde gaan studeren?

Ik heb rond mijn zestiende bedacht dat dit goed bij mij zou passen. Ik wilde vrijer worden, meer van de wereld zien en ik wist dat ik daarvoor niet moest blijven hangen in Limburg. Ik ben daarom in Amsterdam gaan studeren. Tijdens de Geneeskunde opleiding vond ik veel vakken interessant. Ik heb mijn oudste coschap bij de chirurgie gedaan en mijn keuzecoschappen bij de radiologie en de urologie. Bij het keuzecoschap urologie hoorde ik van een arts-assistent dat ze nog een ANIOS zochten. Ik solliciteerde met het idee: ‘Ik zie het wel en dan heb ik tenminste wat ervaring’. Het vak vond ik zo leuk dat ik ben gaan solliciteren voor de opleiding tot uroloog. Ik werd bij de eerste ronde al aangenomen! 

 

Je hebt tijdens de opleiding toch gekozen voor de chirurgie, hoe is dat gekomen?

In mijn eerste jaar van de vooropleiding bij de chirurgie, vroeg mijn opleider tijdens een beoordelingsgesprek waarom ik niet voor de chirurgie koos. Door deze woorden begon het te kriebelen en besloot ik te solliciteren voor de opleiding chirurgie. Dit deed ik natuurlijk vanuit een luxepositie, want ik had al een opleidingsplek bij urologie.

 

Waarom vond je de chirurgie zo leuk?

Het is een heel breed vakgebied met meerdere deeldisciplines en die diversiteit vind ik heel uitdagend. Als een opleider tegen je zegt dat je handig bent en vraagt waarom je geen chirurgie doet, dan word je, zeker als je jong bent, toch in de verleiding gebracht. Het had zo moeten zijn denk ik.

 

Wat vond je van de opleiding?

We werkten zestig à zeventig uur per week en daardoor woonde ik meer in het ziekenhuis dan thuis. Het was hard werken, maar ik kreeg daar ook veel zelfstandigheid voor terug. Laatst las ik in mijn administratie terug dat ik in mijn laatste opleidingsjaar 650 operaties heb gedaan. 

 

Eenmaal klaar met mijn opleiding wilde ik verder in de oncologische chirurgie en solliciteerde ik naar een CHIVO plek in het AMC en het AVL. In de sollicitatieperiode werd ik zwanger en kon ik pas enkele maanden later beginnen. Achteraf gezien misschien niet zo handig, maar ik was inmiddels 33 jaar. Er zal nooit een goed moment komen om kinderen te krijgen. Mijn man is ook chirurg en we konden niet bepaald een datum prikken in de agenda en zeggen: ‘Dan schikt het ons!’.

 

Voor het eind van mijn tweejarige opleiding tot oncologisch chirurg werd ik benaderd door het Jeroen Bosch ziekenhuis, dat een tijdelijke vervanger zocht voor een oncologisch chirurg. Ik greep deze kans met beide handen aan, maar moest daardoor eerder weg bij mijn opleiding. Dat zorgde wel voor stress aangezien het niet de bedoeling is om de opleiding vroegtijdig te beëindigen. Uiteindelijk heb ik wel mijn CHIVO diploma gekregen doordat ik ruim voldoende operaties en ervaring had opgedaan.

 

In het Jeroen Bosch ziekenhuis kreeg ik een vaste plek in de maatschap aangeboden. Ik wilde in het begin alle operaties doen: borstkanker, huidkanker, slokdarmkanker, pancreaskanker, wekedelen tumoren en hoofd-hals chirurgie. Dit was de tijd dat ieder ziekenhuis nog alle ingewikkelde chirurgie deed. Ik heb de transitie meegemaakt waarbij de hoog complexe- en de lage volume chirurgie verdeeld werden over de regio. Hierdoor heb ik mijn aandacht verlegd naar de mammachirurgie.

 

Waarom heb je gekozen om in het Alexander Monro ziekenhuis te gaan werken?

Ik merkte dat ik in de loop van de jaren minder werkplezier kreeg doordat ik het gevoel had dat ik de patiënt tekortdeed . Samen met de verpleegkundig specialist en de psycholoog heb ik bij het Jeroen Bosch ziekenhuis een maandagavond spreekuur opgezet. We zagen dan de patiënten die meer tijd nodig hadden. Patiënten konden zelf kiezen om met één of elk van ons dertig minuten te praten. Hierdoor konden ze een totaal consult van 1,5 uur krijgen. Dit spreekuur konden we helaas niet behouden. Gedurende deze periode hoorde ik over het Alexander Monro ziekenhuis. Hun visie sluit goed aan bij mijn eigen ideeën over hoe wij zorg moeten leveren. 

Ik kreeg de mogelijk aangeboden om daar te gaan werken. De overstap wagen vond ik een hele spannende beslissing om te nemen. Ik heb er menig nacht van wakker gelegen. 

 

“Je gaat van een gouden kooi waar je tot je pensioen kan blijven zitten, naar een plek waar je een pioniersrol hebt en je niet precies weet wat er gaat gebeuren.”

 

Je gaat je afvragen of het verstandig is en of ik het überhaupt aandurf om deze stap te maken. Ik doe dingen graag goed en ik probeer conflicten te vermijden. Ik had een half jaar opzegtermijn in het Jeroen Bosch ziekenhuis en het heeft mij veel energie gekost om die laatste zes maanden harmonieus te laten verlopen. In de maatschap waar ik uitstapte waren er enkele collega’s die mijn keus niet begrepen. Ik vond het zelf lastig om een positie in te nemen over lopende zaken vanwege mijn aanstaande vertrek. Daarnaast waren er patiënten die ik al tien jaar behandelde en die vroegen waar ik naar toe ging. In het kader van concurrentenbeding mag je patiënten niet actief meenemen en je mag tijdens zo'n gesprek dus niets zeggen. 

 

Hoe bevalt het werken bij het Alexander Monro ziekenhuis?

In het Alexander Monro kan alle zorg omtrent borstkanker geleverd worden op locatie, met uitzondering van de bestraling. Er zijn evenveel chirurgen als plastisch chirurgen werkzaam en er wordt veel samen geopereerd. Ik opereer twee van mijn vier werkdagen, waarbij ik in principe alleen mijn eigen patiënten opereer.

 

Het is een hele andere manier van behandelen. Ik heb twee keer zoveel tijd voor mijn patiënt waardoor je, met professionele distantie, een hechtere band op kunt bouwen. Je hebt de tijd en de ruimte om een veilige en persoonlijke omgeving te creëren waarin alles bespreekbaar is. Dat is naar mijn idee zorg leveren anno 2019.

 

Aan de andere kant zijn we nog veel ad hoc bezig. Ik had gehoopt dat het Alexander Monro ziekenhuis inmiddels een meer gevestigde entiteit was geworden. Alles wat je in een groot ziekenhuis hebt, heb je hier ook. Dat betekent dat je niet in één commissie zit maar vijf. Als startend bedrijf moeten we ook nog veel investeren. We kijken heel kritisch naar wat we nodig hebben en we moeten productie draaien om financieel gezond te blijven. In een klein en nieuw bedrijf voel die druk meer dan in een groter ziekenhuis. 

 

Waarom heb je gekozen om de opleiding tot orthomoleculair therapeut te doen?

In 2011 had ik veel last van migraine. Het voelde niet goed om dit ‘weg te stoppen’ met reguliere geneesmiddelen. Zo ben ik via de niet-reguliere geneeskunde bij voeding terechtgekomen. Dit is voor mij herkenbaar want vroeger draaide het bij ons thuis ook altijd om voeding. Ik merkte dat ik, door minder gluten, koemelk en geraffineerde suikers te eten, me beter ging voelen. Ik kwam tot de ontdekking dat veel van mijn patiënten ook de behoefte hadden aan advies op dat gebied.

 

“Het is niet mijn intentie om borstkanker te behandelen met voeding, maar om complementair aan de reguliere behandeling, vrouwen te kunnen adviseren op het gebied van voeding.” 

 

Dit maakte dat ik eind 2015 de opleiding tot orthomoleculair therapeut ben gaan doen.

 

Wat houdt de opleiding tot orthomoleculaire therapeut in?

De studie tot orthomoleculaire therapeut duurt 2 jaar en draait grotendeels om fysiologie en de rol van voeding op je lichaam. Ik kreeg gelukkig vrijstelling voor het anatomische deel! Buiten mijn reguliere spreekuur doe ik nu ook voedingsconsulten en workshops. Zo geef ik voedingsadviezen om de botdichtheid op peil te houden. Ik denk dat er nog veel aanvulling mogelijk is op de reguliere zorg. Het is op dit moment nog niet de standaard, maar ik denk wel dat het de toekomst is. Er is in de studie Geneeskunde ook nog te weinig aandacht voor voeding. Dit komt omdat de kennis voor een deel ontbreekt en er onvoldoende onderzoek naar gedaan wordt. Bij ieder consult probeer ik zelf iets in cijfers en maten uit te drukken, door middel van een vitaminetest of allergieonderzoek. Zo kan ik een objectieve basis creëren binnen mijn eigen werk.

 

Hoe combineer je werk met je privéleven?

Ik heb drie kinderen en toen de kinderen klein waren hadden we altijd extra hulp in huis in de vorm van een oppasmoeder, au-pair of nanny. Ik ben een heel gestructureerd en heb het huis graag opgeruimd. Zonder die extra hulp zou ik al lang zijn afgehaakt. In mijn vrije tijd kook en bak ik graag. Bij lekker weer werk ik het liefst in de tuin, dat maakt mijn hoofd leeg.

 

Heb je nog een advies voor jonge dokters?

Het hoeft niet makkelijk te zijn, als het maar de moeite waard is. De hobbels die ik genomen heb, hebben mij uiteindelijk verder gebracht. Zo rekte ik in 2011 ‘mijn elastiek’ te ver op. Het werd allemaal te veel van het goede. Als ik op het werk was, dacht ik aan thuis en thuis dacht ik aan het werk. Ik moest een stapje terug doen en een aantal werkzaamheden laten vallen. Het voelde toen als een afgang. Ik werkte al vijftien jaar lang in een dubbele versnelling en toen hield het ineens op. Achteraf realiseerde ik me pas, dat als je zeventig uur per week werkt je niet echt de diepte in kan gaan met de patiënt of de materie. Met minder werken en rust in mijn hoofd kon ik een veel betere dokter worden én een beter mens. Nu voel ik veel beter aan waar mijn grenzen liggen.

 

Heb je nog een leestip?

De zeven eigenschappen van effectief leiderschap van Stephen R. Covey. Binnen de studie Geneeskunde is er weinig aandacht voor leiderschap, argumenteren en gesprekstechnieken. Terwijl je als klinische dokter toch vaak nevenfuncties hebt waarbij dit heel belangrijk is. Hoe ga je bijvoorbeeld om met conflicten binnen een werkgroep? Het is belangrijk om in gesprek jezelf goed te kunnen uitdrukken en dit boek helpt daarbij.

 

Op het gebied van voeding kan ik de volgende boeken aanraden:

‘Het slimme darmen dieet’ van Dr. Michael Mosley en ‘The Doctor’s Kitchen’ van dr. Rupu Aujla.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 4
  • #1

    Franske Keuter (woensdag, 01 mei 2019 16:26)

    Wat leuk Miranda dat we elkaar hier ook ontmoeten!!en natuurlijk op cowboy hakken!! Leuk interview! Dank Tahnee!

  • #2

    Karlheinz Kurth (donderdag, 02 mei 2019 23:58)

    De Urologie heeft een buitengewoon capable Collega verloren. De geneeskunde algemeen en meer specifiek de onkologische heeft
    van jouw overstap geprofiteerd en doet dit nog steeds.Mijn complimenten voor jouw doorzettingsvermogen en besluitvaardigheid.
    Ps Dit schrijf ik juist naar mijn aankomst in Chicago voor de AUA (annual meeting of the American Urological Association).

  • #3

    Herman van Middelkoop (maandag, 06 mei 2019 23:10)

    Long time no see.
    Leuk interview.

  • #4

    Frank Bertrums jbz (vrijdag, 10 mei 2019 07:50)

    Geweldig interview nu snap ik waarom zo een kundige vrouw en prettig persoon de stap heeft gemaakt naar een nieuwe uitdaging en die gaat zeker goed lukken. Succes dokter Miranda Ersnt