Janneke Schermers

Begonnen als gynaecoloog en later onder andere werkzaam bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en in de Tweede Kamer. Ze draagt het liefst platte schoenen.

Beknopte biografie:

1950                 geboren in Indonesië

1970-1977         studie Geneeskunde aan de VU

1977-1982         AIOS gynaecologie

1982-1993        Gynaecoloog 

1984                 PhD “Ectopic pregnancy, a morphologic and endocrine study”

1993-1995        Medical director Organon

1996-2006      Senior inspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg

2003-2006     Wethouder en locoburgemeester

2006-2010     Namens CDA lid van de Tweede Kamer

2010-heden   Docent Julius Centrum, Universiteit van Utrecht

2012-heden   Eigenaar ‘ZorgLabyrint’

 

We hebben afgesproken bij het hotel Nhow in Rotterdam waar we van de manager een riante conferentiezaal tot onze beschikking krijgen voor het interview. We spreken over haar gedrevenheid en haar verschillende carrièrestappen. 

 

 

Wat is de reden dat je geneeskunde bent gaan studeren?
Hoewel de studie Geneeskunde al lang mijn voorkeur had ben ik dat niet direct gaan doen. Ik heb na de middelbare school eerst een jaar als exchange student in Californië gewoond. Bij terugkomst in Nederland dacht ik dat ik als vrouw natuurlijk zou trouwen en kinderen krijgen. De studie Pedagogiek zou daar goed bij aansluiten. Tijdens mijn eerste jaar Pedagogiek merkte ik dat de studie helemaal niet bij mij paste omdat het grotendeels bestond uit werkcolleges. Ik vind dat theoretische kennis de basis moet zijn, om er vervolgens over te kunnen discussiëren. Na het behalen van mijn propedeuse pedagogiek heb ik mij georiënteerd op de studie Geneeskunde. Het was mij opgevallen dat op het prikbord in de VU een papier hing met daarop de tekst: ‘microscoop te koop’. Daaruit trok ik de conclusie dat minstens één student al met de studie gestopt was en er nog een vrije plaats moest zijn. Met die wetenschap heb ik een afspraak gemaakt met de hoogleraar die mijn overstap naar Geneeskunde moest goedkeuren. Mijn logica van de microscoop vond hij wat brutaal maar ik mocht hetzelfde jaar nog instromen.

Waarom heb je besloten je te specialiseren tot gynaecoloog?
De gynaecologie sprak mij het meest aan vanwege de combinatie van doen en denken. Tijdens het laatste deel van mijn Geneeskunde opleiding deed ik een studentassistentschap bij professor Stolte. Ik werkte mee aan een onderzoek over de rol van maternale eigenschappen op de ontwikkeling van de foetus. Factoren zoals maternale bloeddruk en gewicht werden op elk poli bezoek genoteerd. Het was mijn taak om deze data te coderen en via een ponsmachine in de computer te krijgen. Er waren nog maar weinig mensen die met computers werkten en ik weet nog dat de computer de hele muur in beslag nam. Grappig genoeg is mijn data daarna veelvuldig gebruikt door promovendi. Dit studentassistentschap was voor mij het opstapje om in opleiding te komen.

 

Na de opleiding ben je als gynaecoloog aan de slag gegaan.
Klopt. Na mijn opleiding heb ik gesolliciteerd voor de vacature in het toen net geopende Zuiderzeeziekenhuis in Lelystad. Het was een advertentie voor een gynaecoloog in dienstverband en dat vond ik heel prettig want daardoor had ik een opzegtermijn van drie maanden. Ik zeg dit nu ook vaak tegen mijn studenten: ‘een maatschap is moeilijker te ontbinden dan een huwelijk’.

Samen met één andere gynaecoloog ben ik in augustus 1982 begonnen in het Zuiderzeeziekenhuis met één maand proefdraaien. Dit ziekenhuis was zo nieuw dat niemand ooit met elkaar had samengewerkt en de hele logistiek nog moest worden uitgedacht. Werden de laboratorium waardes doorgebeld aan de specialist of de secretaresse? Welk instrumentarium gingen we aanschaffen? Dit tot in detail uitdenken was enorm uitdagend. Daarnaast was ik de enige vrouwelijke specialist in de medische staf.

Met zijn tweeën draaiden we om de nacht zelfstandig dienst, naast ons reguliere programma overdag. Vers uit de opleiding heb ik daar mijn eerste volledig zelfstandige sectio midden in de nacht gedaan. We kregen voor deze diensten geen compensatie in tijd of geld omdat we in loondienst werkten. Alsof het nog niet hectisch genoeg was waren we ook beiden aan het promoveren!

Waarom heb je er voor gekozen om daarna in de farmaceutische industrie te gaan werken?
Ondanks dat ik het naar mijn zin had in het Zuiderzeeziekenhuis, kriebelde het wel om wat anders te gaan doen. Toen de vacature voor Medical Director bij Organon Nederland langs kwam leek mij dit een mooie kans om kennis op een andere manier over te brengen en bij te dragen aan kwaliteitsverbetering. Uiteindelijk is de financiële drijfveer mij tegen gaan staan en ben ik in een andere richting gaan lobbyen. Ik heb mijn belangstelling voor het inspecteurschap via minister Els Borst kenbaar gemaakt, destijds voorzitter van de Gezondheidsraad.

Toevallig werkte de dochter van Els Borst in het Zuiderzeeziekenhuis als patholoog anatoom en zij heeft mij geadviseerd over hoe ik kon zorgen dat mijn sollicitatie onder de ogen van haar moeder terecht kwam. Dat was de start van mijn baan als senior inspecteur voor de gezondheidszorg. Wat ik het mooie vind van de Inspectie is de combinatie kwaliteit van zorg en recht, en de ethiek die daar onlosmakelijk mee verbonden is.

Tijdens mijn werk bij de Inspectie deed ik ook onderzoek naar verloskundige calamiteiten. In een korte periode waren er drie kinderen overleden tijdens de bevalling omdat er onduidelijkheid was over de taakinvulling van de klinisch werkend verloskundige. Dit was een nieuwe beroepsgroep in het ziekenhuis, die hiervoor alleen buiten het ziekenhuis had gepraktiseerd. Bij deze drie calamiteiten hadden de arts-assistenten en de klinische werkende verloskundigen niet goed afgestemd wie er bij een moeizame bevalling ging helpen en kwamen dus te laat.

 

Die ervaring heb ik later in de Tweede Kamer kunnen gebruiken. Dit was in de tijd dat er rapporten naar buiten kwamen waaruit bleek dat Nederland, in vergelijking met andere Europese landen, een hoog percentage geboortesterfte had. Dit resulteerde in het ene spoeddebat na het andere. Van alle 150 Kamerleden had ik vanwege mijn opleiding de meeste kennis in huis over de verloskunde. Ik heb toen een motie ingediend voor het bevorderen van een goede taakomschrijving voor de klinisch werkend verloskundige. Deze motie is kamerbreed aangenomen en geëffectueerd, waardoor ze formeel physician assistants zijn geworden. Daar ben ik echt trots op.

Hoe ben je in de politiek terecht gekomen?
Ik was al langer lid van de CDA en op een gegeven moment begon ik bepaalde onderwerpen belangrijker te vinden en ben ik mij er meer in gaan verdiepen. Ik ben in de lokale politiek begonnen als raadslid en daarna vrij snel wethouder en locoburgemeester geworden. Dit was weer een ander krachtenveld en daar haalde ik veel voldoening uit. In 2006 heb ik gesolliciteerd naar de Tweede Kamer en dit was een hele zware sollicitatie reeks. Gelukkig had ik een groot medestander gevonden in Hannie van Leeuwen, die mij er graag bij wilde hebben.

Aan het eind van mijn Kamer periode stond ik voor een belangrijke beslissing. Ik kon terug naar de Inspectie maar ik heb toen heel bewust gekozen voor iets waarbij ik mijn opgebouwde ervaring kon gebruiken. Ik gaf inmiddels als les aan het Julius Centrum en dit heb ik kunnen uitbreiden naar twee dagen. Het overbrengen van mijn kennis over het zorgstelsel en het op gang brengen van de discussie bij mijn studenten vind ik erg leuk. Daarnaast heb ik een eigen bedrijf opgericht, genaamd ZorgLabyrint, dat zich toespitst op toezicht en advies in de gezondheidszorg.

Wat is jouw drijfveer geweest voor al deze, hele verschillende, ambitieuze stappen?
Ik denk dat er drie codewoorden zijn: nieuwsgierigheid, kwaliteitsverbetering en overbrengen van kennis.

Wat is jouw ambitie voor de toekomst?
Mijn werk als docent en dagvoorzitterschap via ZorgLabyrint zet ik graag voort. Daarnaast zit ik tot over mijn oren in het vrijwilligerswerk. Zo ben ik voorzitter van de Stichting Herdenkingsmonument Fort Rhijnauwen, die het monument op het fort onderhoud en elk jaar de 4 mei herdenking organiseert waarbij zo’n duizend mensen aanwezig zijn.  Voor de kerk organiseer ik open avonden over onderwerpen zoals een goede laatste levensfase, vluchtelingen en dementie. Binnenkort start ik ook met een cursus uitvaartbegeleiding.

Met al deze bezigheden, wat is jou manier om te ontspannen?
Een vriendin van mij woont in Finland en die bezoek ik graag. Ik kom tot rust tussen de ruisende bomen, dagelijks saunabezoek en door daarna het koude meer in te springen. Laatst heb ik ook een stilte week in een klooster gedaan, dit was ook een mooi moment om eindelijk weer wat boeken te lezen!

Heb je nog tips voor jonge dokters?
Blijf goed naar de patiënt luisteren en kijk uit voor overbehandeling. Soms moeten we de techniek in onze achterzak houden en alleen doen waar we voor de patiënt goed aan doen. Verreweg het merendeel van de Nederlanders wil in de thuissituatie overlijden en nog niet de helft doet het. Dat gaat me echt aan het hart. Bespreek met patiënten ook de voor- en nadelen van (nog) niet behandelen. Hier moet je niet alleen de patiënt maar ook de omgeving in meenemen.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0