Angela Maas

Hoogleraar cardiologie voor vrouwen aan het Radboud Universitair Medisch Centrum Nijmegen en een vrouw op rode hakken

Beknopte biografie:

1956                    geboren in Utrecht

1974-1981           studie Geneeskunde UMCG

1982                    ANIOS cardiothoracale chirurgie

1983-1988          AIOS cardiologie

1988-1992          Chef de clinique cardiologie

1992-2012          Cardioloog

2006                   PhD “Breast arterial calcifications and heart disease risk in women”

2012-heden       Hoogleraar cardiologie voor vrouwen

 

We hebben afgesproken op de kamer van Angela in het Radboud Universitair Medisch Centrum. Bij binnenkomst valt mij meteen een schilderij met twee rode pumps op. Dit is het logo van het onderzoekfonds ‘Hart voor vrouwen’, dat Angela in 2014 heeft opgezet.

 

Angela: We hebben afgelopen jaar de eerste fundraising gehouden in Hotel Huis ter Duin in Noordwijk voor een specifieke doelgroep: vrouwen met een Spontaneous Coronary Artery Dissection (SCAD). SCAD is een zeldzame aandoening die relatief vaak jonge vrouwen treft. Dit was zo’n geslaagde avond dat we volgend jaar op Valentijnsdag een benefietavond organiseren voor hartschade bij borstkanker. Op lezingen voor het fonds draag ik vaak rode pumps als eyecatcher.

 

Om bij het begin te beginnen: waarom heb je gekozen voor de Geneeskunde opleiding? 

De liefde voor de geneeskunde is mij met de paplepel ingegoten. Mijn vader was huisarts met een praktijk aan huis. Ik zag dagelijks patiënten langs de eetkamer lopen en verdwijnen in de werkkamer van mijn vader. Hierdoor raakte ik gefascineerd door het hele fenomeen patiënten.

 

Ik kan mij ook herinneren dat ik op jonge leeftijd een keer last had van buikpijn en dat ik het hele weekend achter mijn vader heb aan gelopen. Ik dacht dat als ik maar bij hem in de buurt blijf dan komt het wel goed, want hij is dokter. Uiteindelijk heeft hij de diagnose appendicitis gesteld en mij verwezen naar het ziekenhuis. Sindsdien was het voor mij duidelijk: ik moet gewoon dokter worden. Dat gevoel is nooit meer weg gegaan en er was ook nooit een alternatief.

 

Om aangenomen te worden voor de opleiding Geneeskunde heb ik nog een truc uitgehaald om de numerus fixus te omzeilen. Ik wist dat ik nooit met een 8 gemiddeld zou afstuderen als ik natuurkunde niet zou laten vallen. Hiermee heb ik de loting weten te ontwijken en ben ik aangenomen voor de opleiding. Ik moest nog wel even een colloquium natuurkunde doe om te mogen starten met de opleiding! Gelukkig bleek dit een fluitje van een cent.

 

Na opgegroeid te zijn in Utrecht wilde ik graag naar Groningen om te studeren om mijn wereld te vergroten maar ook omdat ik had gehoord dat het daar altijd feest was.

 

Was de keuze voor de cardiologie tijdens je studie snel duidelijk?

Nee, niet direct. Ik vond de cardiologie wel interessant. Als middelbare scholier in Utrecht ben ik in mijn eentje naar een lezing van Christiaan Barnard geweest. Deze Zuid-Afrikaanse cardiothoracaal chirurg heeft in 1967 de eerste harttransplantatie uitgevoerd. Op dat moment was dat nog een ver-van-mijn-bed-show en dacht ik niet direct dat ik iets in de cardiologie wilde gaan doen.

Tijdens mijn geneeskunde opleiding heb ik twee jaar in Curaçao coschappen gelopen. Ik leerde daar veel collega’s kennen die daar de vooropleiding cardiologie deden. Van deze assistenten hoorde ik dat ze vonden dat het vak bij mij past omdat ik daadkrachtig en besluitvaardig ben. Ik werd door hun enthousiasme aangestoken en ik zag toen al dat het vak enorm in beweging was.

 

Was het lastig om in opleiding te komen?

Destijds mocht er iedere vier jaar één vrouw de opleiding tot cardioloog instromen. Ik had 1 jaar te overbruggen en ik heb toen bij de cardiothoracale chirurgie een jaar als ANIOS gewerkt. Uiteindelijk heeft me dit veel opgeleverd, van ervaring met de anatomie en operaties tot een netwerk binnen de cardiothoracale chirurgie.

 

Voor een vrouw met veel ambities was die tijd niet altijd makkelijk. Je collega’s waren voornamelijk mannen en de manier van werken werd daardoor bepaald. Na mijn specialisatie wilde ik juist mijn hakken weer aantrekken. Dit is één van de redenen geweest om mij te interesseren voor de vrouwelijke patiënt. Vanaf de jaren 90 kreeg het thema cardiale klachten bij vrouwen internationaal geleidelijk aan meer aandacht. Om hier in Nederland een promotieplek voor de creëren bleek nog niet zo gemakkelijk. In 1997 kreeg ik de kans om landelijke onderzoeker te worden van een grote internationale vrouwenstudie. Dit onderzoek was de springplank voor mijn promotieonderzoek.

 

Hoe heb je dit gecombineerd met je werk als cardioloog en je privéleven?

We woonde toen in Apeldoorn waar mijn man cardioloog was. Onze oudste zoon met autisme ging naar een speciale school om de hoek en we hadden twee fantastische oppasmoeders. De keus voor mij om op en neer naar Zwolle te reizen voor werk was hiermee snel gemaakt. Mijn diensten gebruikte ik om te slapen en om aan mijn proefschrift te werken.

 

Ik had dit niet kunnen doen zonder mijn fantastische echtgenoot die vanaf het begin af aan de huishoudelijke taken met mij gedeeld heeft. Hij heeft bijvoorbeeld altijd gekookt en de boodschappen gedaan. Als ik nu een week alleen thuis ben raak in helemaal onthand omdat ik totaal niet kan koken.

 

Wat was je motivatie om te promoveren?

Op een gegeven moment begreep ik dat als ik wilde meetellen in een ambitieuze maatschap van 15 mannen dat ik mij ook wetenschappelijk moest bewijzen. Het was mijn doel de niche van het vrouwenhart binnen de cardiologie verder uit te breiden en ik wist dat ik dat moest kunnen onderbouwen met wetenschappelijk bewijs.

 

Ik geloof dat je als specialist drie fases in je loopbaan hebt. De eerste is als je net klaar bent met je opleiding en je vol met energie en ideeën zit. Je komt in een nieuwe groep collega’s en je doet hard je best om het vak volledig onder de knie te krijgen. De tweede fase is een heerlijke fase. Je beheerst je vak en je hebt tijd om bestuurlijke functies er naast te doen. In de derde fase merk je dat je alles al vaker gedaan hebt en je begint jezelf af te vragen waar de uitdaging nog ligt. Dit is een mooi moment om te promoveren. Ik was 50 jaar toen ik promoveerde. Door dit op latere leeftijd te doen kwam het onderwerp helemaal uit mijzelf en was ik zelf de drijvende kracht achter het onderzoek.

 

Hoe ga je met stress en frustratie om?

Ik heb op een gegeven moment een traject met een coach doorlopen. Die zag aan mij dat ik op het punt van verzuipen stond. Samen met haar heb ik de volgende stap in mijn carrière uitgedacht en de sprong gewaagd.

 

Tijdens mijn promotieonderzoek was ik ook wel eens flink gefrustreerd door de berg werk die ik moest verzetten. Wat dan hielp was een nieuw paar schoenen of een tas kopen. Ik denk dat ik wel meer dan 100 paar schoenen heb. De kinderen zijn de deur uit dus hun slaapkamers staan vol met ongeorganiseerde stapels schoenendozen.

 

Hoe zie je de toekomst van de cardiologie?

Ik was in augustus 2018 op het Europese congres van de Cardiologie in München waar ik zoveel energie voelde. Er was veel aandacht voor nieuwe ontwikkelingen en er stonden veel jonge mensen op het podium. Jullie, als jonge garde, moeten nu al gaan nadenken over hoe jullie de specialistische zorg vorm willen gaan geven. Wij kunnen daarin raadgeven, maar wij kunnen tegelijkertijd ook veel van jonge collega’s leren.

 

Een andere goede ontwikkeling is dat de patiënt zich ontzettend geëmancipeerd heeft. De patiënt accepteert ook veel dingen niet meer en toont zich een goede partner om innovatie in te zetten.

 

Heb je zelf rolmodellen?

Gedurende mijn opleiding was Aggie Balk een rolmodel voor mij omdat ik haar een hele goede clinicus vind. Ik heb altijd gedacht dat als ik maar een fractie van de cardioloog wordt die Aggie is, dan ben ik al tevreden. Zij is ook op latere leeftijd gepromoveerd en ik heb nog nooit zo’n geweldige promotie meegemaakt. Hoe krachtig zij daar in die zaal haar proefschrift stond te verdedigen vond ik heel inspirerend. Dat was voor mij ook een moment om na te denken over een eigen promotie.

 

Mijn andere rolmodel is Noel Bairy Merz. Zij is de medical director van het Barbra Streisand Women’s Heart Centre in Los Angeles. Zij is een fantastische cardioloog en vrouw. Ik heb vorig jaar met haar een boek geschreven genaamd ‘Manual of Gynecardiology, female specific cardiology’. Ik zie Noel een aantal keer per jaar en dan gaan we gezellig samen uiteten. Haar vastberadenheid en de daadkracht die zij uitstraalt fascineert mij elke keer weer.

 

Wat is jou manier om te ontspannen?

Mijn man en ik gaan veel naar klassieke concerten. Daarnaast hebben we een heerlijk vakantiehuis in Frankrijk waar we graag verblijven. Ik haal veel voldoening uit mijn werk voor het landelijke netwerk van vrouwelijke hoogleraren, de Raad van Toezicht van een klein ziekenhuis, het bestuur van het tijdschrift Opzij en verschillende commissies. Een avond op de bank een boek lezen of Netflix kijken doen we ook gewoon graag.

 

Heb je een boekentip voor jonge vrouwelijke dokters?

Een aanrader vind ik ‘Lean In’ van Sheryl Sandberg, de COO van Facebook. Hoe zij praat over mentorschap vind ik heel herkenbaar. Je hoeft niet te vragen: wil jij mijn mentor zijn? In de praktijk kijk je naar verschillende mensen en van de ene pak je dit en van de andere pak je dat. Het is vaak niet één persoon maar het zijn bepaalde kwaliteiten van verschillende mensen die je bij jezelf incorporeert.

 

Wat zijn jouw ambities voor de toekomst?

Ik heb mij voor volgend jaar aangemeld voor een training spiritueel leiderschap. Het is mijn doel te leren op een goede manier kennis over te dragen aan de volgende generatie. Daarnaast wil ik actief blijven in verschillende commissies. Ik organiseer op 5 en 6 april 2019 de eerste conferentie op het gebied van women’s health in Curaçao. Ik ben dankbaar voor mijn tijd in Curaçao als coassistent en ik wil nu graag wat terug doen.

 

Heb je nog advies voor jonge dokters?

Mijn advies is om je passie niet uit het oog te verliezen en niet te vergeten waarom je dokter bent geworden. Het is hierbij belangrijk om niet te streven alle ballen hoog te houden. Je moet in bepaalde levensfases inzoomen op iets dat prioriteit moet hebben. In een andere levensfase komt iets anders wel weer meer aan bod. Als je een gezin en een drukke baan hebt, dan kan je niet ook nog op hoog niveau sociaal-culturele activiteiten uitoefenen. De jonge generatie heeft naar mijn idee het gevoel dat alles tegelijkertijd moet. Mijn ervaring is dat veel dingen later ook wel komen. Ik kreeg bijvoorbeeld mijn eerste fatsoenlijke keuken toen ik 48 was en ik kook nog steeds niet. Je hoeft niet alles te kunnen.

 

Naast het boek ‘Lean In’ heeft Sheryl ook twee TED talks die zeker de moeite waard zijn om te bekijken.

https://www.ted.com/talks/sheryl_sandberg_why_we_have_too_few_women_leaders#t-389257

https://www.ted.com/talks/sheryl_sandberg_so_we_leaned_in_now_what

Reactie schrijven

Commentaren: 0